Bookmark and Share

Opwerping, aangraving

De ruimte brengt je weer te binnen wat je vroeger hebt bedacht (er was een schip
dat in geen haven paste, dat eeuwig rond moest blijven varen

dat langzaam afsleet en verdween) aan plannen die je niet ten uitvoer bracht:
ooit een zandkasteel zo groot dat je er feestjes in kon geven

en waar je zelf zou blijven leven als onverwacht het water kwam, golven waren
daar een grapje, ze likten zachtjes aan de wand

er volgde rum en scheepsbeschuit en op een morgen kwam de stilte, duwde je
de poorten open, de wereld rolde voor je uit

en zie nu zelf hoe krakend helder het hier altijd is geweest. Zoveel ruimte
als je hoopte dat het hele leven was:

leeg en eenzaam vlak van later in te vullen mensen, honden, glanzende auto's,
zingende stemmen, uit vreemde landen

aangevoerde emmers, schepjes en trechters van plastic, van zachtgele eendjes
die nu niet ontsnapten maar in containers

op je bleven wachten - op je handen, je golfslag, de geur van de zee.