Bookmark and Share

De zee de vlakte en daartussen de mens

deze jonge vlakte is een goede vlakte
we hebben het eigenhandig opgespoten
het geeft ruimte en brengt wat essentieel

de zee wacht geduldig haar moment af

de mens neemt altijd meer dan nodig
de zevenmijlslaarzen der decadentie
zit hem in het aard van het beestje de onnozelaar
die zijn kieuwen niet meer kan herinneren

en de zee wacht geduldig af
als de grillige god van vergelding
als een struikrover achter de duinen

tot het moment dat het genoeg is
toeslaat en brult nu is het weer
van mij en misschien roept ze ook
banzai maar dat is dan meer voor de gein