Bookmark and Share

Zelfportret

Mijn geboorte ben ik vergeten. Volgens overlevering
afgeknaagd en weggeblazen. Wispelturige winden
straalden me omhoog, misbruikten mijn harde kern
om bergen te hervormen. Daarna, alsof het niets was,

gedumpt boven gretige oceanen. Eeuwen duisternis.
Toen onverwacht strand. Door verliefde vingers mocht ik
glijden, kinderen bouwden kastelen. Tot het avond werd.
Iedereen naar huis. Minuscule speelbal van het getij.

Vanochtend was het weer raak. Gegrepen, opgespoten,
zeldzaam moment van trapeze, zandfontein van lichtgeluk.
Zag schepen gekleurd, meeuwen jaloers, mensen verbrand.
Ik dacht, dit is groots, wijds, leven in voorspoed. Helaas.

Klem tussen tegels, op slot onder asfalt. Miljarden boven,
naast en onder. Ik vraag u, geef me een hand, doorzoek
dit lichaam, streel mijn kristal, neem me tussen uw tenen.
Nog even en ik hecht me aan uw zool, aan uw ziel.