Bookmark and Share

Schrijver@Work

IJsberen op de Maasvlakte

Stijn Aerden (Nijmegen, 1966) is schrijver en journalist. Hij werkte als redacteur of vaste medewerker voor onder andere NRC Handelsblad, HP/De Tijd en Volkskrant Magazine. Naast de biografie van Rijk de Gooyer en bundels over de dichters Drs. P en Jan Boerstoel, schreef hij twee romans. In het najaar verschijnt 'Van Willem tot Willem', een vrolijke geschiedenis van Oranje.

De periode in het Sluftergebouw wilde hij benutten om eens ongestoord aan zijn derde roman 'Niemand zwaait' te werken. De roman is vanaf 2005 al verscheidene malen door zijn uitgever aangekondigd geweest en steeds weer met een zuinig gezicht doorgeschoven.

Stijn Aerden wijdt dat aan de kwaal van het ijsberen. En vooral van het digitale ijsberen. Even een achternicht mailen, het recept voor coquilles Saint-Jacques opzoeken; even Facebooken, NU.nl of de buienrader raadplegen; even op Wikipedia uitvinden of een zaagvis nu wel of geen tanden heeft.

Dat de tweede Maasvlakte nog even een uitzichtloze zandverstuiving is, waar vrachtwagens af en aan rijden, klonk hem als een uitdaging: net prikkelarm genoeg. Maar helemaal zeker wist hij dat van tevoren niet. In zijn blog 'IJsberen op de Maasvlakte' deed hij dagelijks verslag van zijn vorderingen en van zijn bevindingen tijdens het fysieke ijsberen. Want dat dit ijsberen plaats zou vinden stond vooraf vast, een mens moet immers de benen strekken.

17 augustus 2011 | dag 10

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Helmen op, hesjes aan, schoenen verruild voor werkmanslaarzen; een ernstig knikje naar de portier bij de zwaaiboom en je bevindt je op de 2e Maasvlakte. In een jeep langs de contouren van de havens in wording: keurige visgraatjes op de kaart, binnenmeren als je er tussen staat. We zijn op weg naar de meest westelijke punt, op weg naar de zee. Door het rulle zand, hoewel sommige delen van de vlakte ook met gras zijn ingezaaid - dat gaat het stuiven tegen - en al een voorzichtig groene waas vertonen.

Aan het stuur zit Yves van Erp, spreekbuis van het project Tweede Maasvlakte. Hij knoopt zijn jas dicht als hij uitstapt en een enorme berg zand beklimt: zand dat kilometers uit de kust tot op grote diepte is weggezogen. Alle lagen door elkaar, met schelpen en fossielen van tienduizenden jaren oud, alsof moeder aarde hier haar schort heeft uitgeklopt. Op deze plek stak er ineens een dijbeen van een mammoet uit het zand; hier gebeurde het dat iemand peinzend tegen een slagtand op liep; een ander stak er onwillekeurig een truffel in zijn zak die later een 50.000 jaar oude hyenakeutel bleek te zijn. Yves van Erp loopt met de neus op zijn schoenen voorop, slaakt af en toe een zucht - een zucht die, vermoeden wij, te maken heeft met het gevoel van nietigheid dat je hier bevangt. Helaas barst er op dat moment een onzalige onweer boven ons los en spoeden we ons in de jeep verder over het nieuwe land.

Vanaf nu mag mijn project echt IJsberen op de 2e Maasvlakte heten, de afgelopen twee weken schurkte ik er vooral tegenaan: mijn bureaustoel stond op de 1e, mijn neus wees naar de 2e. Op de valreep geïnitieerd, want morgenvroeg ga ik alweer naar huis. Ja, bloglezers, ik weet het: u zit nog met een vraag. Chantal van FutureLand ligt er zelfs van wakker. U wil weten hoe het zit met Cor, de zeehond die bevroren makrelen apporteert en in het Sluftergebouw woont. Volgens de geruchten dan. Als er zich in het Sluftergebouw al een bassin bevindt, weet ik nu, moet het in de kelder zijn. Piet Gelton is een soort Blauwbaard als het om de kelder gaat: overal mag ik komen, daar niet. Misschien is hij bang voor de lange, grijpgrage vingers van Lenie 't Hart; is hij bang dat hij de patiënt moet inleveren. Maar mijn intuïtie zegt dat het helemaal geen patiënt ís. ‘Hij had een hoest, Theo, een blaffende hoest.' hoorde ik hem eens tegen zijn collega in de kantine zeggen. En Theo terug: ‘Dat hebben ze allemaal, Piet. Zo com-mu-ni-ce-ren ze.' Toen ik binnenkwam begonnen ze snel weer over vervuild baggerslib, daar hebben ze het altijd over.

Het Sluftergebouw, geijsbeerd vanaf de 2e Maasvlakte                          Foto: Stijn Aerden

Ik ben uitgeijsbeerd. Dank voor de aandacht, de support, de mailtjes. Dank Elinor Archer, de volgende Artist in Residence in het Sluftergebouw, voor je toegestuurde portretje. Een tikje melancholisch, maar daar kan ik me wel in vinden. Zeker als het gaat om de eerste, druilerig dagen. Misschien kun jij het mysterie van Piet en Cor, Cor en Piet voor onze bloglezers oplossen.

Ik verlaat ik de Maasvlakte in ieder geval opgeruimd en voldaan, het ijsberenpak over de arm.

Dag allemaal.

 

 
'Laat je de boel wel een beetje
netjes achter?

Met vriendelijke groet,
Elinor Archer'

16 augustus 2011 | dag 9

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Het is een van de meest assertieve Out-of-Office-AutoReplies die ik de afgelopen tijd heb gehad:

Dag,

Ik ben niet aanwezig. Vanaf dinsdag 23 augustus kan ik uw mail weer beantwoorden, wat niet wil zeggen dat ik dat ook doe.

Met vriendelijke groet,
Maarten Moll


Er zit wel wat in. Alleen word je als freelancer verteerd door jaloezie, enkel al bij dat beeld: kantoor afsluiten, kraag omhoog, wegwezen. Wij zijn altíjd bereikbaar, en opdrachtgevers zullen ook niet aflaten dat op de meest originele tijdstippen te controleren. Het is een van de redenen waarom ik de ijsbeer-tiendaagse op de Maasvlakte heb aangenomen.

En langzaam begin ik de slag te pakken te krijgen. Schrijven in de bunker tot het einde van de ochtend. Dan is een knikje van beheerder Piet Gelton genoeg. Tijd om hekwerk te inspecteren. We rijden dan in zijn Four Wheel Drive, duintje op duintje af, langs de afzetting tussen Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2 en zeggen 'Staat er goed bij' en 'prima' tegen elkaar. En op de plek waar dat niet zo is, maken we een aantekening. Nou ja, Piet dan. Een paar uur werken en 's middags controleer ik in mijn eentje het Slufterstrand. Een stuk kust van een kilometer of vijf wat verder voor niemand toegankelijk is omdat het aan het nieuwe land grenst. Het maakt juttersinstincten in je wakker waarvan je niet wist dat je ze had. Wat aanspoelt wordt alleen door jouw ogen gezien en alles is voor Bassie: een krat rum, het roer van een 17e eeuws koopvaardijschip, een potvis. Helaas is het aanspoeltechnisch een weinig opwindende bocht, het Slufterstrand, tenzij je een handeltje in meerschuim wil beginnen.

Een dag alleen op het Slufterstrand (badhanddoek, picknickmand en parasol leveren wij) is ook de eerste prijs van de Konijnen-Funda-puzzeltocht van gisteren. Alleen úw voetstappen in het zand, winnaar - de omgeving zal jaloers zijn. Maar aan de jury, onder leiding van Ria Haagsma, had u geen gemakkelijke. Met name over het model 'Zeezicht' is lang door gediscussieerd. Want in principe verdient elke konijnenstudio in de duinen natuurlijk dat predicaat. Maar u zult zien dat de steile wand boven de ingang van nummer 8 is voorzien van een fijnzinnig schelpenmozaïek. Degene die dat had opgemerkt was Floor van den Born. Mevrouw van de Born, u bent in de periode medio september van harte welkom onder de parasol. Uw gastvrouw is dan de schrijfster/beeldend kunstenaar Elinor Archer. Daarover morgen meer. En ook meer over Cor, de mysterieuze zeehond in het Sluftergebouw, want daarover bereiken me van meerdere kanten vragen.

Sporen van ijsberen op het Slufterstrand                                                Foto: Stijn Aerden

15 augustus 2011 | dag 8

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Zoek het juiste modelletje

Zoek bij de twaalf onderstaande modelletjes de juiste afbeelding:

Twee-onder-één-kap, 'Lazy Afternoon', Carport, 'Zeezicht', Doorzon,
Contemplatief, Sleutelgat, Klassiek, Half werk, Hans Klok, Beun, Krachtwijk.


Mail uw oplossing naar r.haagsma@portofrotterdam.com, onder vermelding van:
IJsberen op de Maasvlakte, aflevering 'Funda'

14 augustus 2011 | dag 7

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Kippen. Ja. Ze waren me al eerder opgevallen. Op de rand van Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2, ingeklemd tussen de elektriciteitscentrale, de Europaweg en de oprukkende Margriethaven. Drie kippen, als ik het goed heb gezien; één haan. Nu lijkt me haan zijn in Rotterdam bepaald geen pretje: je stapt ambitieus uit je hok, zuigt je longen vol lucht... iedereen is al op. En voor de Maasvlakte geldt dat natuurlijk dubbel, daar doe je helemaal geen oog dicht. Ik was er maandag eind van de ochtend even gestopt, bij het kippenhok, om er een foto te maken, toen er een aangename etenslucht voorbijdwarrelde. Geuren van een vroege lunch, afkomstig uit de kantoorkeet er vlak achter.

Nu hoorde ik ook stemmen, een bulderende lach. Ik stak mijn hoofd om de hoek van de ingang. Als writer in residence, merk ik, permitteer ik me dingen waar ik in het gewone leven niet over zou piekeren. Ik kuier het terrein van een containeroverslagbedrijf op; dirigeer een achteruitrijdende vrachtwagen met grind de weg op, denk ik - tot blijkt dat-ie me helemaal niet heeft gezien - en sta met de handen in mijn zakken commentaar te leveren op mannen die vuistdikke kabels uit de grond trekken. Nu blijk ik binnengelopen te zijn in de veldpost van het project tweede Maasvlakte. Het brein zit in Rotterdam, in het WPC-gebouw op de Wilhelminakade; in de keet zitten collega's met kleur op de wangen, de mannen die 'sur place' inspecteren, meerekenen, bijsturen... Aan de kapstok hangen de gele jacks en de helmen, achter de deur van de kantine klinkt rumoer.
Verse groentesoep, dát is wat ik rook. 'Zo is het,' zegt de vrouw met de lange lepel, 'ik sta de hele ochtend al te snijden. Een mannetje of zes zit genoeglijk rond de tafel. Anna, stelt zich voor. Ze is hier het vliegwiel (ze mogen me omgekeerd aan de vuurtoren hangen als ik ooit het woord office-manager in de mond neem) en kan niet ontkennen dat het een gezellige keet is. 'Niemand kom hier echt uit de buurt,' zegt ze, 'we moeten het een beetje aankleden hè. Mee-eten?' Het zou onbeleefd zijn om te weigeren. 'We hebben ook roerei,' zegt ze, ‘van eigen kippen. O, voor wie kom je eigenlijk?'


Foto: Stijn Aerden

13 augustus 2011 | dag 6

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

We hebben er 24 nieuwe dieren bij, dat hoorde ik tenminste vanochtend bij Vroege vogels. Dat is het goeie nieuws. Het minder goeie nieuws is dat er onder die 24, 17 nieuwe bronswespen zitten, en het meest alarmerende gedeelte is dat ik er voor het einde van de uitzending al een in mijn hotelkamer had. Te mollig voor een bij, te kaal voor een hommel, te rossig voor een wesp. En zeer geagiteerd omdat alles hier zo klein is, het gevoel dat ik de eerste avond ook had. Goeiemorgen. Op de Maasvlakte gaat alles '24-7' door, zeggen ze, maar als ik voor het raam van Hotel at Work sta en in zuid-oostelijke richting kijk, waar in de verte de A15 wordt doorgetrokken en in een hoepeltje over een viaduct wordt gestuurd, is alles in diepe rust. De graafmachines staan bevroren in de pose waarin ze gisteren zijn achtergelaten. Ja, dat is iets wat ik mij over het ijsberen afvraag. Of mensen die repetitief werk doen, die ijsberen voor hun vak zeg maar, die op een tractor voren trekken in een eindeloze akker of machines besturen die zandhappen of steengruis storten op een nieuwe zeewering... of die achter hun stuur tot grote filosofische vragen komen.

Onder mijn raam door kuiert een stelletje Polen naar de kantine. Daar wacht het zondagochtendsnelbuffet: een ei, een lapje roze ham, een sneetje brood, niks mis mee. Maar ik vermoed wel dat het de momenten zijn waarop ze het meest naar huis verlangen. Dat zullen ze ook gaan mailen, als de tafel straks is leeggeruimd en ze hun laptop openklappen. Bij mij staat Radio 4 op, Antoine Bodar, terwijl ik met een plastic bekertje zo onnadrukkelijk mogelijk achter de bronswesp aanloop. Bodar heeft het over 'Bieber' - waarom moet die man altijd zo wereldwijs doen? Wesp op vluchtplan bij brand ('Ruhig bleiben'). Mis. Wesp op wc-deur. Hebbes. En terwijl Antoine Bodar vertelt over de Mariä Himmelfahrt van Heinrich von Biber (Ah!) en ik vaststel dat mijn bronswesp gewoon een dikke zweefvlieg is, realiseer ik me tegelijk dat de truc met het omgekeerde bekertje uit twee delen bestaat, en dat je er een kartonnetje bij nodig hebt, wil het enig effect sorteren.


Foto: Stijn Aerden

12 augustus 2011 | dag 5

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Het was een Nederlandse hoogleraar. Of misschien toch wel een Engelse. Doet er ook niet toe. Wel weet ik dat hij met zijn bevindingen naar buiten kwam op een zeevogelcongres in Glascow, omdat ik me nog afvroeg hoe mijn leven had moeten lopen om daar nu te mogen staan. Een borrel drinkend met een Finse collega die zijn leven had gewijd aan de papegaaiduiker. Maar goed, het verhaal van de genoemde hoogleraar ging wonderlijk genoeg niet over vogels, het ging over schoenen... Hij had ontdekt dat er aan de Nederlandse kust vaker linkerschoenen aanspoelden dan rechter, terwijl dat in Schotland precies omgekeerd was. Empirisch onderzoek, hij had zelf geraapt. Of láten rapen, ik geloof dat hij er een paar studenten op had gezet. De cijfers waren overtuigend. Van de honderd aangespoelde schoenen op Texel bleek het in 70 gevallen om linker exemplaren te gaan; op de Shetlandeilanden was de uitkomst omgekeerd evenredig. De hoogleraar sprak van 'stroomgevoeligheid' en 'aanspoelpatronen' - woorden die me sowieso als muziek in de oren klonken - en sloot af met een raadsel: hoe kon het dat van de gejutte schoenen meer dan 90 procent(!) groter was dan maat 42. Misschien, opperde iemand, omdat ze afkomstig waren van booreilanden; daar vond je nu eenmaal geen volk met poezelige voetjes. Maar nu ik op Slag Maasmond sta en uitkijk over open zee, terwijl tankers traag voorbijglijden, denk ik ineens dat ik het antwoord weet. Van de kleine modellen is de draaicirkel natuurlijk niet groot genoeg om het land te bereiken. Die blijven eeuwig rondjes lopen op de bodem van het Kanaal. Zoals de rode dansschoentjes uit het sprookje. Gek hoe zo'n beeld je ineens kan vervullen met een vaag maar hardnekkig gevoel van melancholie.


IJsberen aan de Maasmond                                                                     Foto: Stijn Aerden

11 augustus 2011 | dag 4

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Driedelig grijs, anders kan ik de dag niet omschrijven. En als ze op de Maasvlakte zeggen dat het buiten een 'tikkie somber' is, ben je blij als je het stukje van je auto naar de draaideur kunt afleggen zonder dat de kledingstukken en de pagina's van je nieuwe manuscript door de lucht vliegen. Dus ijsbeer ik door het gebouw en bedwing mijn nieuwsgierigheid. Want er zijn hier veel meer deuren te openen, folders en kaarten te bestuderen dan goed voor me is. Om nog maar te zwijgen over het bassin van Cor dat zich ergens moet bevinden - ik heb werkelijk geen idee waar.

Ik sta voor het raam van de kantine en kijk uit over de vlakte: zand stuift op, in de verte ploegen vrachtwagens voort als mestkevers. En door de nevel en regen zie je de contouren van de drie nieuwe havens: de Amalia, de Alexia en de Ariane. Ja, hoe de kapitein van een tanker uit Moermansk die straks uit elkaar moet houden, is me een raadsel. Maar dat de kroonprins en zijn eega zich sowieso eerder moeten realiseren. De drie meisjes gaan op het gebied van straatnamen, bruggen, rondvaartboten en tulpenbollen straks nog voor een hoop verwarring zorgen. 'Ik denk dat ze ze gaan nummeren hoor,' zegt Piet die even naast me is komen staan. Hij heeft het over de havens, niet over de prinsesjes. 'En je hebt ook nog de Margriethaven, hè,' zegt hij. 'Die had ze nog te goed, Margriet. De vorige, een eindje terug in de Eem, is gedempt.'

Goed, er komt dus ook een Margriethaven. Terwijl de Oranjehistorie vol zit met klinkende vrouwennamen: Louise, Charlotte, Henriëtte, Isabel, Sophie... Straks komen ze allemaal voorbij in de gids Van Willem tot Willem - een vrolijk geschiedenis van Oranje die jullie gaan kopen.

De eerste 'Willem' is Willem de Zwijger; de laatste onze eigen Willem Alexander, straks koning Willem IV. Vanaf november in de winkel, deze Van Willem tot Willem. Dat wil zeggen, als het ijsberen hier niet uit de hand loopt.

'Je hebt het maar zwaar,' smaalt Piet. 'Ik zal een tosti voor je maken.'

 

 

 



Illustratie: Stijn Aerden

10 augustus 2011 | dag 3

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Een rij suizende windmolens waarvan er altijd één dienst weigert, de armen halsstarrig over elkaar. Dat beeld is me inmiddels vertrouwd, en het is ook de aanblik van de dijk die naar het Sluftergebouw leidt, de plek waar mijn project 'IJsberen op de Maasvlakte' begint. Eigenlijk is het geen dijk, het zijn de randen van een kom, met middenin een plas die zich verraderlijk kalm uitstrekt - de Slufter staat in de wijde omtrek bekend als het afvalputje: er wordt giftige drab in geloosd. Toch is de omgeving groen, zelfs rijk aan vegetatie, al steken de konijnen hier het liefst zo laat mogelijk voor je auto de weg over. Of dat een goed teken is, weet ik niet helemaal. Vanuit de verte, als je komt aanrijden, lijkt het gebouw op een bunker met een snor, maar aan de andere kant, eigenlijk aan de voorkant, bevindt zich een grote glazen pui met een geweldig uitzicht op de nieuwe wereld. Panorama Pioniersland. Het Sluftergebouw is de skybox van de tweede Maasvlakte. Je kunt er in de uitzichtloze zandvlakte de havens langzaam vorm zien krijgen.

Inmiddels heb ik ook Piet ontmoet. Piet Gelton, de beheerder van het Sluftergebouw die ook graag in zijn gele 'Port of Rotterdam' 4-Wheel Drive rond de plas patrouilleert, want het gebied is verboden voor onbevoegden. Piet is een man met Rotterdamse humor - ik was al gewaarschuwd - maar ook een man met gevoelige snaar. Daarvoor hoefde ik alleen maar even naar 'Cor' te informeren. Cor schijnt een zeehond te zijn die Piet een jaar geleden heeft opgevangen (Cor had een kwalijke hoest), en die daarna niet meer bij hem wegwilde. Toen Cor was aangesterkt wilden ze hem droppen op het zuidstrand, maar hij hobbelde terug achter Piet aan. Nu woont Cor ergens in het Sluftergebouw, in een eigen bassin. Het schijnt dat hij bevroren makrelen apporteert. Maar Piet moet je eerst mogen voor hij je aan Cor voorstelt. En vooralsnog heeft Piet me alleen zwijgend opgenomen - hij leek drie hoofden boven me uit te steken - om daarna met sonore stem vast te stellen: 'De schrijver. Zo, daar ist-ie dan eindelijk.'


Foto: Stijn Aerden

10 augustus 2011

Op de Maasvlakte aan je boek werken

Wie verlangt er niet eens naar afzondering, even geen drukte of verleidingen van alledag? Op de grens van de eerste Maasvlakte en aan het begin van de tweede Maasvlakte krijgen schrijvers de mogelijkheid om zich terug te trekken als kluizenaars voor een volledige toewijding aan het schrijverschap.

Schrijver Stijn Aerden aarzelde geen moment. Hij heeft een biografie geschreven over Rijk de Gooyer en een bundel over Drs P. Van hem hangen twee nieuwe boeken in de lucht.

In zijn woonplaats Amsterdam wordt hij voortdurend afgeleid door alle 'sociale media' en andere zaken die hij op internet opzoekt. 'Digitaal ijsberen' noemt hij het. 'Hier kan ik in alle rust werken aan mijn nieuwe boek', aldus de schrijver.


Reportage: RTV Rijnmond

9 augustus 2011 | dag 2

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

Iemand van wie ik weet dat hij nog echt ouderwets academisch ijsbeert is Midas Dekkers. Rond de tafel, handen op de rug. Het parket schraal van de baan die hij dagelijks beschrijft. Maar het werkt, dat kan een kind beamen. De oplossing hoe het verder moet met je opstel, brief op poten of sinterklaasgedicht valt je pas in als je even van de computer weg bent. Onder de douche - natte stappen naar het bureau. Alsof je even loensend naar je onderwerp kijkt, net off focus, en dan weer herkent waar het je om begonnen was.

Het 'digitaal ijsberen', wat natuurlijk veel meer bij deze tijd hoort, is daarop een gevaarlijke variant. Want de behoefte is dezelfde: even afstand scheppen. Even opzoeken of een vogelbekdier nu levenbarend is, hoe de dollar staat, wat het recept van canneloni is; even NU.nl of Buienradar raadplegen; even kijken hoe laat het in Guadalumpur is, om dan via Facebook op YouTube terechtkomen, bij een clip van The Mammas & the Papas waar iemand goeie herinneringen aan heeft. De behoefte is dezelfde maar de uitwerking is diametraal anders. Digitaal ijsberen is geen ijsberen, maar wegspuiten. Het is de opgeblazen ballon die uit je handen vliegt voor je er een knoopje in hebt gelegd.

Afijn, daarover de komende 10 dagen meer dan jullie lief is, want ik ben op de Maasvlakte aangekomen om het klassieke ijsberen her uit vinden. WiFiloos. Prikkelloos. In een soort een betonnen slakkenhuis op de grens van Maasvlakte I en Maasvlakte II, met uitzicht op nieuw land.

Maar eerst heb ik me gemeld op de plek waar ik de nachten verblijf, Hotel at Work, in de haast uit de grond gestampt voor al de mensen die hier zand en zeeweringen verplaatsen, basaltblokken stapelen, viaducten bouwen en 's avonds niet naar huis kunnen. Ze staan, net als ik nu, voor het openstaande raam naar de avondlucht te kijken, naar de windmolens en pijpen van de elektriciteitscentrale, en weg te dromen. De lucht van zware shag waait bij me naar binnen. Alle talen klinken hier door elkaar, veel steenkolenduits. En meteen is daar weer de schaamte van de klerk tegenover de baggeraar, de man die een sleephopperzuiger bedient. Het laat zich trouwens ook lastig vertalen wat ik doe. Dat bleek meteen al toen een vriendelijke Pool ernaar informeerde. 'Eisberen auf dem zweiten Maasvlakte.' Hij knikte, maar ik zag in zijn ogen geen blik van herkenning.


Foto: Stijn Aerden

8 augustus 2011 | dag 1

IJsberen op de 2e Maasvlakte


Beste vrienden en voorbijgangers,

'Zwarte maandag', een betere moment om naar het einde van de wereld af te reizen is nauwelijks denkbaar. Maar geloof me dat dat toeval is, anders zou het voorkennis zijn. Mijn afspraak voor een verblijf aan de Slufter stond al even.

Een beter moment om te vertrekken is er niet. Maar op het moment dat ik dit schrijf hangt mijn was buiten te wapperen in een Amsterdamse regenbui, staat mijn auto op de brug bij een argwanende garagehouder die er maar niet het APK-stempel 'Oké' op wil geven, en voel ik de ogen van de ficus - cadeau van tante Fransje - branden in mijn rug. Die zou ik nog verpotten voor mijn vertrek. Bovendien moet ik me natuurlijk even inlezen om een niet een al te malle indruk te maken. De Tweede Maasvlakte - 2000 hectaren opgespoten land, de belofte van grote bedrijvigheid en economisch gewin, maar nu hebben de wind en ik er nog vrij spel. Zelfs Google Maps weet nog van niks, dat wil zeggen, de satellietfoto's. Maar als ik even naar Rotterdam-Zuid pan, staat de Canta van tante Fransje ook nog gewoon op zijn plek voor het huis, en tante Fransje is al dik een jaar dood. Wel een fijn gevoel van betrekkelijkheid, om nog niet op de kaart te staan.

Maar ik ga er niet heen voor de poëzie. Er moet gewerkt worden. Ik ga in het Sluftergebouw (o ja, zo heet het) ontsnappen aan drukte en de afleiding van de stad, onder andere om aan mijn roman Niemand zwaait te werken die al vijf jaar geleden in de boekhandel zou liggen. Ik ben een uitsteller, een ijsbeer. Dus nu eerst even de keuken opruimen, dan de ficus in een ruime pot, dan de auto ophalen... Maar eerst even Buienradar checken of vandaag de was nog naar binnen kan. Een ideale dag om naar het eind van de wereld af te reizen; maar ik denk dat het morgen wordt.

Sporen van ijsbeer in de keuken                                                             Foto: Stijn Aerden