Bookmark and Share

Masterplan bepaalt inrichting haven- en industrieterreinen

De keuze voor containeroverslag, distributie en chemische industrie staat vast. Maar hoe worden de haven- en industrieterreinen ingericht? Wat is een veilige terreinhoogte? Welke kadelengte is gewenst? En aan welke eisen moeten bijvoorbeeld kademuren voldoen?

Terreinhoogte

De terreinen zijn dusdanig aangelegd dat ze, ook na dertig jaar inklinken, een hoogte van de vereiste 5 meter +NAP hebben. Net zo hoog als op de huidige Maasvlakte. Onderzoeken naar veiligheid tegen overstromen speelden bij deze vaststelling een grote rol. Hierbij is rekening gehouden met de verwachte zeespiegelstijging en stormcondities. Als geldende norm werd gehanteerd dat een overstroming van Maasvlakte 2 gemiddeld één keer per 10.000 jaar voorkomt. De komende honderd jaar is deze norm gegarandeerd. De hoofdweg wordt op 5,5 meter +NAP aangelegd, waardoor het gebied bereikbaar blijft voor hulpdiensten bij een eventuele overstroming.

Haventerreinen

Kadelengte in verhouding tot het terreinoppervlak bepaalt de efficiëntie van een containerterminal. Dit is echter geen vaste verhouding. Een containerterminal met veel zee/zee-lading vereist bijvoorbeeld meer kadelengte dan een containerterminal gericht op het achterland. Het minimaal vereiste terreinoppervlak wordt bepaald door de gewenste jaarlijkse ladingdoorzet per terminal, de zogenaamde terminalproductiviteit. Voor Maasvlakte 2 is deze terminalproductiviteit bepaald op circa 27.700 TEU/hectare/jaar. Dit is behoorlijk hoger dan de terminalproductiviteit op de bestaande Maasvlakte, in 2005 gemiddeld 18.000 TEU/hectare/jaar. Voor de gehele Rotterdamse haven lag dit zelfs nog lager. Met behulp van de verwachte gemiddelde percentages voor zee/zee-lading en het achterlandtransport is de minimale kadelengte voor een standaardcontainerterminal van 60 hectare bepaald. Deze set aannames heeft geleid tot een optimale keuze voor de terreindiepte van 600 meter. Die diepte is overgenomen bij het ontwerp van de containerterminals op Maasvlakte 2. Aan terreinen bestemd voor chemische industrie en distributie worden minder eisen gesteld, hoewel de meeste chemische industrie een voorkeur zal hebben voor een terrein met voldoende oeverfront om het noodzakelijke aantal steigers te kunnen bouwen.

Kademuren

Terreinen bestemd voor containers krijgen deepsea kademuren tot 20 meter -NAP. In totaal is ruim 9 kilometer zeekademuur voorzien op Maasvlakte 2. Niet alle kademuren worden in één keer aangelegd. Dat leidt tot grote voorinvestering in kademuren die jarenlang ongebruikt blijven. Daardoor kan ingespeeld worden op toekomstige ontwikkelingen die vragen om specifieke eisen. Waar kademuren nog niet direct worden aangelegd, krijgt de oever een tijdelijk talud (helling). Dit talud maakt het mogelijk om in de toekomst de deepsea kademuur in de volle grond te bouwen. Dit is eenvoudiger en goedkoper dan bouw in het water. De kade wordt daarbij gebouwd in het eerder opgespoten zand. Na de bouw wordt aan de toekomstige waterkant één zijde vrijgebaggerd. Bij bouw in het water wordt na de bouw de landzijde aangevuld met zand.

Bij containerterminals worden ook kademuren specifiek voor kustvaart en binnenvaart aangelegd. De diepte kan per klant verschillen tussen 10 meter tot 12 meter -NAP. Ondiepere kademuren hebben een goedkopere constructie en in combinatie met een kleinere en lagere kraan wordt de kraanproductiviteit op kleinere schepen groter. In totaal is bijna 3 kilometer kademuur voorzien voor uitsluitend binnenvaart- en kustvaartafhandeling.

De deepsea kademuren worden voorbereid om later walstroom toe te passen. Walstroom wordt mogelijk in de toekomst toepast. Bij walstroom worden schepen vanaf de kade voorzien van stroom. Schepen zijn daardoor niet meer afhankelijk van generatoren voor de opwekking van stroom. Dat scheelt uitstoot van schadelijke stoffen en CO2.

Oeverbescherming en steigers

Op plaatsen waar geen kademuren komen, wordt oeverbescherming aangelegd. Daar waar de toekomstige overslagsteigers worden aangelegd, wordt de oeverbescherming doorgetrokken tot de invloedszone van scheepsschroeven. De oeverbescherming wordt gedeeltelijk voorzien van verbeterd hard substraat, waardoor organismen, zoals wieren, krabbetjes en mosselen, zich beter kunnen vestigen in de getijdenzone. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit in het havenbekkens. Bij de terreinen die bestemd zijn voor chemische industrie bouwen klanten speciale steigers voor het laden en lossen van hun producten. De optimale locatie van deze steigers en de daadwerkelijke afmetingen worden door de klanten bepaald.

Uitgangspunten

Een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp van het Masterplan is het behouden van flexibiliteit: vastleggen wat vast moet liggen en open houden wat kan. De terreinen langs de buitencontour worden om deze reden niet in de eerste fase aangelegd om toekomstige veranderingen in de huidige inzichten op te kunnen vangen. De infrastructuur kan meegroeien met de capaciteitsvraag en de klantvraag. Het ontwerp van Maasvlakte 2 moet voldoende flexibiliteit hebben om te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen in de markt, zoals afwijkingen in de verwachte groei van containeroverslag, chemische industrie en distributie. Terreinen die in het Masterplan bestemd zijn voor containers, maar die nog niet zijn uitgegeven aan klanten, zijn zo ontworpen dat ook bedrijven voor chemische industrie zich er kunnen vestigen en andersom.

Onderzoeken

De inrichting van de haventerreinen in het Masterplan, is gebaseerd op verschillende variantenstudies. Daarbij is onder andere rekening gehouden met clustering, minimale grootte van containerterminals, aansluiting op achterlandverbindingen en de verschuivingen in de verschillende vormen van transport (modal shift, de verdeling over weg, spoor en water). Ook de flexibiliteit van uitgiftemogelijkheden speelde een belangrijke rol. De effecten van de varianten zijn steeds globaal in beeld gebracht om een keuze te kunnen maken. Een van de belangrijkste keuzes is geweest de oriëntatie van de havenbekkens. De afweging tussen de invloed van wind op de scheepvaart en op containerkranen heeft de keuze voor de richting in de heersende zuidwestelijke windrichting bepaald.