Bookmark and Share

Ruimte voor drie sectoren

Maasvlakte 2 biedt 1.000 hectare uitgeefbaar terrein direct aan diep vaarwater. Welke bedrijven mogen zich hier vestigen? En wat zijn de vestigingseisen? Deze vragen beantwoordt het Masterplan in dit thema.

De Planologische Kern Beslissing biedt ruimte voor drie hoofdsegmenten:
- diepwatergebonden container op- en overslag
- daaraan gerelateerde distributie
- diepwatergebonden chemische industrie.

Groeiverwachting

De transportstromen over zee blijven toenemen door de groei en de verandering van de wereldeconomie. Lage productie- en arbeidskosten in andere delen van de wereld in combinatie met dalende kosten van vervoer bevorderen de groei van transportstromen over zee. De trend waarbij grotere schepen, meer containers tegen lagere kosten vervoeren leidt ertoe dat overslag en achterlandtransport slechts in een beperkt aantal havens mogelijk is. Daardoor zal de vraag naar terreinen in de gunstig gelegen Rotterdamse haven ook de komende decennia blijven stijgen. Deze verwachting is de voornaamste onderbouwing van de in het Masterplan opgenomen besluit tot de uitbreiding van de Rotterdamse haven.

Verdeling over drie sectoren

Het containersegment wordt de komende dertig jaar gezien als de belangrijkste ruimtevrager. De indeling van de marktsegmenten in het Masterplan is in grote lijnen gebaseerd op deze marktontwikkelingen:

  • Containeroverslag, circa 60 procent van de ruimte komt beschikbaar voor op en overslag van containers.
  • Chemische industrie, circa 30 procent wordt ingericht voor chemische industrie, energiecentrales en overige industrie.
  • Distributie, circa 10 procent van de ruimte krijgt functie van grootschalige, zeehavengebonden distributie en de opslag van lege containers.

Het Masterplan biedt ruimte om in te spelen op daadwerkelijke marktontwikkelingen bij de definitieve in- en verdeling van de beschikbare ruimte.

Duurzaamheid

Clustering is een van de uitgangspunten in het Masterplan. Het bij elkaar vestigen van bedrijven met gelijksoortige activiteiten biedt logistiek, bedrijfseconomisch en qua duurzaamheid de meeste voordelen. Vooral in de chemische industrie profiteren bedrijven van elkaars nabijheid en uitwisseling van halffabricaten, reststoffen en restwarmte. Deze vorm van duurzaamheid is geborgd in de uitgiftevoorwaarden en wordt contractueel vastgelegd. Ook bij containerterminals zijn duurzaamheidseisen aan de terminalinrichting contractueel vastgelegd. Zo mag in 2033 maximaal 35 procent van de containers per vrachtauto worden getransporteerd van/naar het achterland. De rest moet met spoor en binnenvaart worden aan- en afgevoerd. Ook zijn eisen gesteld aan de uitstoot en het energieverbruik van terminalmaterieel.

Oplevering bedrijfsterreinen

De op- en overslag van containers en chemie/industrie activiteiten vindt plaats op terreinen die grenzen aan een havenbekken. Voor distributie is geen directe koppeling vereist met een havenbekken. De terreinen van Maasvlakte 2 worden, net als overal in de haven van Rotterdam, aan de toekomstige klant opgeleverd met een kademuur en een aansluiting op de infrastructuur. Verdere voorzieningen zoals verharding, gebouwen, kranen en installaties bouwt de klant zelf.

Business case

Het project wordt business case gestuurd. Investeringen zijn binnen dit principe enkel gerechtvaardigd als deze naar verwachting voldoende rendement opleveren. De totale investeringslasten die het Havenbedrijf Rotterdam voor eigen rekening en risico draagt zijn tot 2035 € 2,9 miljard (prijspeil 2009). Voor de financiering gaat het Havenbedrijf hoofdzakelijk leningen aan die op termijn terugbetaald worden uit terreinverhuur en inning van zeehavengeld. Het project wordt voor € 620 miljoen voorgefinancierd door het Rijk. Deze voorfinanciering wordt gebruikt voor niet rendabele onderdelen, zoals de zeewering. Het Havenbedrijf betaalt deze som later met rente terug.

De Nederlandse Staat is voor eenderde aandeelhouder geworden van het Havenbedrijf Rotterdam. De gemeente Rotterdam heeft de overige tweederde aan aandelen in bezit.

De financiers hebben rendementseisen gesteld aan Maasvlakte 2. Het ontwerp en het uitgiftescenario van het huidige Masterplan voldoet hieraan. Bij elke nieuwe versie van het Masterplan worden deze rendementseisen opnieuw getoetst.

Marktvraaggestuurd ontwerpen

Kenmerkend voor het project Maasvlakte 2 is de gefaseerde aanleg. Slechts tweederde van de uiteindelijke oppervlakte wordt tot 2013 aangelegd. De resterende hectares worden pas aangelegd in de periode na 2015. Zo kan worden ingespeeld op het ruimtetekort dat dan naar verwachting optreedt. Door marktontwikkelingen te volgen wordt leegstand zoveel mogelijk voorkomen. Dit biedt flexibiliteit om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen, aangezien nog niet alles vanaf het begin vastligt. Een financieel-economisch voordeel is dat investeringen kunnen worden uitgesteld. De aanleg van terreinen in de tweede fase worden pas gerealiseerd zodra daar vraag naar komt.

Klantvraaggestuurd inrichten

De Uitwerkingsovereenkomst tussen Rijk en Havenbedrijf schreef de contractering voor van een eerste klant. Bij de start van de aanleg in 2008 waren drie grote containerklanten gecontracteerd:

  • APM Terminals, aan de oostzijde van de Prinses Amaliahaven. Deze klant heeft al een terminal op de bestaande Maasvlakte.
  • Rotterdam World Gateway, aan de westzijde van de Prinses Amaliahaven. RWG is een nieuwe speler in Rotterdam en bestaat uit DP World met een aantal rederijen.
  • Euromax, in de noordwesthoek voor de uitbreiding van de ECT-containerterminal op de noordwesthoek van de bestaande Maasvlakte.

De daadwerkelijke inrichting van terreinen komt zoveel mogelijk tegemoet aan de specifieke wensen van de klanten. Zo worden desinvesteringen voorkomen.