Bookmark and Share

Locatie bepaalt zandkwaliteit en milieueffecten

Het zandwingebied bevindt zich zo'n 11 kilometer uit de kust. Het gebied is voor de zandwinning in een raster onderverdeeld. De sleephopperzuigers baggeren systematisch, vak voor vak. De kwaliteit van het gebaggerde zand wordt vastgelegd, waarbij vooral de korrelgrootte bepalend is. Als het ruim (het beun) vol is met zand, zet de sleephopperzuiger weer koers richting de Maasvlakte om het zand te lossen. Bij de keuze voor de plaats waar het zand heen wordt gebracht is opnieuw de korrelgrootte van belang. De fijnere zandkorrels zijn prima voor de binnenkant van de zandlichamen. Aan de buitenkant, waar strand en duinen moeten komen, is juist een grotere zandkorrel noodzakelijk. Deze blijven beter op hun plek liggen onder invloed van het water en de wind. De winning en de plek van bestemming wordt nauwkeurig geregistreerd. Aan de hand daarvan kan goed gecontroleerd worden of de kwaliteit van het werk voldoet aan de hoge normen.

De beste locatie voor de zandwinning is na uitgebreid onderzoek vastgesteld. Vanwege de vele beperkingen is dat geen eenvoudige opgave. Zo is rekening gehouden met natuurgebieden, dumpplekken voor munitie, militaire oefengebieden, kabel- en leidingstroken en archeologische vindplaatsen. Maar ook toekomstige locaties van windmolenparken zijn geen optie. Bovendien moet ook het drukke scheepvaartverkeer voor de kust altijd veilig doorgang vinden. Uiteindelijk is gekozen voor een zandwingebied dat bovendien relatief dicht bij Maasvlakte 2 ligt. Dat scheelt aanzienlijk in het transport en dus in de uitstoot van emissies.

Normaal gesproken wordt zand gewonnen tot een diepte van twee meter. Om Maasvlakte 2 aan te kunnen leggen zou in dat geval een stuk Noordzeebodem van 11 bij 30 kilometer moeten worden afgegraven. Om een kleiner stuk bodem, en daarmee zeenatuur, te belasten wordt voor Maasvlakte 2 tot een diepte van maximaal 20 meter zand gewonnen.

Het winnen van zand op zee heeft invloed op het leven op én in de zeebodem en op waterbewegingen rondom de zandwinlocatie. De effecten van zandwinning zijn uitvoerig onderzocht vanwege de vergunningen voor de aanleg van Maasvlakte 2. Het belangrijkste effect is het vrijkomen van slib. Daardoor wordt het water tijdens de werkzaamheden tijdelijk troebeler. Ook kan er verstoring optreden door geluid, zowel boven als onder water. De te verwachte effecten zijn als 'niet significant' beoordeeld. Om de werkelijke effecten te bepalen, worden deze tijdens de aanleg voortdurend in de gaten gehouden. Aan grote projecten in Nederland gaat een milieueffectrapportage (MER) vooraf. Deze wettelijk verplichte procedure beschrijft de gevolgen van een plan voor het milieu en de omgeving. Voor Maasvlakte 2 zijn onder andere de effecten van de zandwinning beschreven. Ook de maatregelen ter vermindering van negatieve effecten en eventuele compensatie zijn in de MER opgenomen.