Bookmark and Share

Besluitvormingsproces Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Hieronder vindt u een beknopt chronologisch overzicht van het volledige besluitvormingsproces van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De procedure is gestart in juli 1997 nadat het toenmalige kabinet zich schaarde achter de projectbeslissing Ruimtetekort in mainport Rotterdam.

Juli 1997: projectbeslissing Ruimtetekort in mainport Rotterdam
Het besluitvormingsproces begint in 1997. Op 14 juli 1997 neemt het kabinet de projectbeslissing Ruimtetekort in mainport Rotterdam. In de projectbeslissing erkent het kabinet dat het vinden van uitbreidingsruimte voor de Rotterdamse haven nuttig en noodzakelijk is. Tegelijkertijd moet de kwaliteit van de leefomgeving in en rond de haven verbeteren. Voor nader onderzoek hiernaar en het opstellen van projectactiviteiten om de dubbele doelstelling te realiseren is het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) opgericht.

Mei 1998: startnotitie PKB+
De startnotitie PKB+/MER Mainportontwikkeling Rotterdam legde vast:
 - de ambities en aanpak van het project
 - welke procedures van besluitvorming en democratische controle van toepassing zijn
De startnotitie markeert bovendien het begin van een milieueffectrapportage naar de gevolgen van het project voor natuur en milieu.

Mei 2001: PKB+ en MER
Het kabinet brengt deel 1 van de Planologische Kernbeslissing-plus (PKB+) Mainportontwikkeling Rotterdam en het bijbehorende milieueffectrapport uit. Hierin staan voorstellen om de Rotterdamse haven uit te breiden én de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond te verbeteren. Dit wordt voortaan de zogeheten dubbele doelstelling genoemd. Dit moet bijvoorbeeld gebeuren door nieuwe natuur aan te leggen, door lawaai en schadelijke emissies te bestrijden en door een beter leefmilieu te creëren in de regio Rijnmond.

November 2001: PKB+ deel 2
Gedurende twee maanden na de publicatie van de Planologische Kernbeslissing-plus Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB+ PMR) deel 1 en het bijbehorende milieueffectrapport kon iedereen reageren op de rapporten. In november 2001 brengt het kabinet deel 2 van de PKB+ PMR uit. Dit deel bevat de resultaten van inspraak, bestuurlijk overleg en wettelijk advies over de voorstellen die het kabinet in deel 1 van de PKB+ en het bijbehorende milieueffectrapport heeft gepresenteerd.

December 2001: PKB+ deel 3
Het kabinet brengt deel 3 van de Planologische Kernbeslissing-plus Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB+ PMR) uit. Dit deel bevat het kabinetsstandpunt over het project en een nota van toelichting waarin staat hoe het kabinet is omgegaan met de resultaten van inspraak, advies, overleg en aanvullend onderzoek.

September 2003: PKB+ deel 4
Op 29 september publiceert het kabinet deel 4 van de Planologische Kernbeslissing-plus (PKB+) Mainportontwikkeling Rotterdam. In deel 4 van de PKB+ is onder meer het principebesluit voor de aanleg van Maasvlakte 2 vastgelegd, inclusief alle eisen en voorwaarden waaraan de landaanwinning moet voldoen. In een procedure bij de Raad van State is beroep mogelijk tegen de ‘concrete beleidsbeslissingen’ uit deel 4 van de PKB+ Mainportontwikkeling Rotterdam.

November 2003: Beroep
Overheden, belangenbehartigers, bedrijven en omwonenden dienen 18 beroepsschriften in bij de Raad van State. Zij maken hiermee bezwaar tegen onderdelen van de Planologische Kernbeslissing-plus (PKB+) Mainportontwikkeling Rotterdam.

Juni 2004: Bestuursakkoord over financiering
Op 25 juni 2004 bereiken de PMR-partijen een Bestuursakkoord over de financiering van de PMR-projecten. In het Bestuursakkoord staan op hoofdlijnen de afspraken die zijn gemaakt tussen het Rijk en de regionale partners over de financiering en de uitvoering van de deelprojecten. Daarbij is afgesproken dat de uitvoeringsverantwoordelijkheid voor de deelprojecten ligt bij de regionale partners. In de zogeheten Uitwerkingsovereenkomsten zijn deze afspraken op detailniveau uitgewerkt.

Januari 2005: Oordeel Raad van State
Op 26 januari 2005 oordeelt de Raad van State dat een aantal bezwaren tegen concrete beleidsbeslissingen uit de PKB+ gegrond is. Omdat er veel samenhang bestaat tussen de beslissingen, verklaart de Raad van State alle concrete beleidsbeslissingen uit de PKB+ nietig. Opnieuw de gehele procedure doorlopen zou het project ernstig vertragen en voorbijgaan aan het bestaande draagvlak voor uitvoering van het project. Daarom kiezen de projectpartners voor herstel van de PKB vanaf het kabinetsbesluit, PKB deel 3.

September 2005: Ondertekening Uitwerkingsovereenkomsten
Op 2 september 2005 ondertekenen o.a. Rijk, gemeente Rotterdam en Havenbedrijf de uitwerkingsovereenkomsten over de uitvoering van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). In de Uitwerkingsovereenkomsten staan de afspraken die gemaakt zijn over financiering en uitvoering van de 3 deelprojecten van PMR. Er zijn 3 uitwerkingsovereenkomsten: 
  - landaanwinning
  - 750 hectare natuur- en recreatie  
  - leefbaarheids- en intensiveringsprojecten in Bestaand Rotterdams Gebied.

2005/2006: Reparatie PKB+
Voor het vervolg van de procedure besluiten de projectpartners te kiezen voor herstel zonder concrete beleidsbeslissingen. In de aangepaste PKB is ruime aandacht voor de onvolkomenheden die de Raad van State concludeerde. De gevolgen van de landaanwinning voor beschermde natuur in de Waddenzee, volgens de uitspraak onvoldoende in beeld gebracht, zijn nader onderzocht. Deze blijken geen bezwaren op te leveren. Ook de belangen van een aantal (agrarische) ondernemers zijn geïnventariseerd. Enkele meer juridisch-technische bezwaren in de oorspronkelijke formuleringen zijn in de herziene PKB eveneens opgelost. Daarnaast is ingegaan op actuele ontwikkelingen, zoals de vereiste bescherming van de luchtkwaliteit.

Juni 2006: Strategische Milieubeoordeling
Bij de herstelde PKB hoort inmiddels ook een Strategische Milieubeoordeling (SMB) en een Passende Beoordeling (PB) Landaanwinning. Een Strategische Milieubeoordeling is een rapport waarin de milieueffecten van een PKB op hoofdlijnen beschreven staan. De Passende Beoordeling Landaanwinning beschrijft de gevolgen van de landaanwinning voor de speciale beschermingszones Voordelta en Waddenzee. Dat deze rapporten er nu moeten komen is een gevolg van nieuwe Europese richtlijnen (uit 2004). Op de SMB en PB Landaanwinning is in 2006 inspraak mogelijk geweest.

Oktober 2006: Tweede Kamer akkoord
Op 10 oktober 2006 stemt de Tweede Kamer definitief in met de uitvoering van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Hiermee keuren zij ook de eerder gemaakte afspraken van het Bestuursakkoord (2004) en de Uitwerkingsovereenkomsten voor de drie PMR deelprojecten goed.

November 2006: PKB PMR definitief
Op 20 november gaat ook de Eerste Kamer akkoord met de uitvoering van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Hiermee is de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB PMR 2006) definitief. Het PKB PMR 2006 is voor een groot deel gelijk aan de PKB+ PMR uit september 2003. Ook de concrete beleidsbeslissingen uit de oorspronkelijke PKB zijn in hoofdlijn ongewijzigd. Het zijn nu echter niet langer beleidsbeslissingen, maar ‘beslissingen van wezenlijk belang’. Dat wil zeggen dat deze beslissingen wel belangrijk, maar niet bindend zijn voor andere overheden. Dit in tegenstelling tot concrete beleidsbeslissingen.

Februari 2007: Milieueffectrapportage gereed
Voor de plannen en de vergunningen zijn milieueffectrapporten gemaakt: MER A(anleg) en MER B(estemming). Daarnaast liggen er de zogeheten Habitat-toetsen, die specifiek ingaan op de gevolgen voor beschermde natuur en vaststellen hoeveel natuurcompensatie nodig is. Bij elkaar gaat het om zeer omvangrijke rapporten met veel bijlagen. Nu de milieueffectrapporten voor Aanleg en Bestemming van Maasvlakte 2 gereed zijn wordt het bestemmingsplan in procedure gebracht.

April 2007: Rotterdam akkoord met Maasvlakte 2
De Rotterdamse gemeenteraad stemt in met de voorlopige plannen voor Maasvlakte 2. De raad neemt de milieueffectrapportage (MER) en het ontwerp voor het bestemmingsplan met een grote meerderheid aan.

April/mei 2007: Inspraak
Van 20 april tot en met 31 mei 2007 vindt een belangrijke inspraakronde plaats. MER Aanleg en Bestemming, verschillende bestemmingsplannen en vergunning- en ontheffingsaanvragen liggen ter inzage. De inspraakronde leverde iets meer dan vijftig inspraakreacties op.

6 december 2007: Commissie m.e.r. geeft positief advies
De onafhankelijke Commissie m.e.r. concludeert dat de milieueffectrapportage over Maasvlakte 2 een goed beeld geeft van de gevolgen voor het milieu van aanleg en gebruik van de havenuitbreiding. Gebruik van Maasvlakte 2 leidt naar het oordeel van de commissie niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit, omdat er voldoende compenserende maatregelen worden getroffen. Dit positieve advies heeft de Commissie m.e.r. uitgebracht aan het bevoegd gezag: de minister van Verkeer en Waterstaat en de gemeenteraad van Rotterdam.

Januari 2008: Inspraak
Tussen 4 januari en 15 februari 2008 vindt wederom een belangrijke inspraakronde plaats. Er liggen onder andere ontwerp-bestemmingsplannen en conceptvergunningen en -ontheffingen ter inzage.

Zomer 2008
In de zomer van 2008 worden de beroepsprocedures doorlopen voor de aanleg- en natuurverguningen en de ruimtelijke procedures. De eerste besluiten gingen 26 april 2008 in procedure. Als laatste lag het Beheerplan Voordelta ter inzage. Tot 1 september kon hierop gereageerd worden.

November 2008
11 november 2008 keuren de Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland de bestemmingsplannen goed. Aansluitend is nog 6 weken beroep op de uitspraak van de provincie mogelijk geweest.

December 2008/januari 2009
Het bestemmingsplan Maasvlakte 2 en de twee partiële herzieningen liggen van 19 december 2008 tot en met 29 januari 2009 ter inzage in het kader van de beroepsprocedure. Belanghebbenden kunnen in deze periode beroep instellen tegen de goedkeuringsbesluiten bij de Raad van State.