Bookmark and Share

4. Tips en links

Links met nuttige informatie over het maken van een werkstuk:

http://vmbo.kennisnet.nl/werkstukken
http://havovwo.kennisnet.nl/werkstukken
http://werkstuk-informatie.startpagina.nl/

Hoe maak ik een profiel- of sectorwerkstuk?

Een profiel- of sectorwerkstuk is eigenlijk een zeer uitgebreid werkstuk.
Je laat in een profiel- of sectorwerkstuk zien dat je kennis, inzicht en vaardigheden bezit, die horen bij één of meer vakken uit het profiel of de sector.

Voorbereiding

  • Kies een onderwerp.
  • Bedenk een onderzoeksvraag of probleemstelling.
    Waar wil je meer over weten en op welke vraag wil je een antwoord vinden?
    Wat ga je onderzoeken?
  • Maak een plan van aanpak.
    Hoe ga je je onderzoek uitvoeren?
  • o Hoe ga je aan informatie komen?
  • o Hoe ga je de informatie verwerken?
  • o Maak een planning. Bedenk goed hoe lang je over sommige dingen zult doen en begin op tijd. Wanneer moet het af zijn? Heb je overlegmomenten?

Wat ga je onderzoeken?
Je hebt een onderwerp nodig. Je kunt een onderwerp verzinnen dat aansluit op wat je in de les hebt gehad, of wat je zelf leuk vindt.
Alles kan, maar je moet het wel kunnen uitvoeren. Let er daarom op dat je onderwerp goed afgebakend is. Het moet duidelijk en haalbaar zijn.
Beschrijf het onderwerp en bespreek het eerst met je docent voordat je verder gaat.

Onderzoeksvraag of probleemstelling
Een probleemstelling is een vraag waarin de onderzoeker onder woorden brengt wat hij of zij te weten probeert te komen in het onderzoek. Het is een vraag waarop het werkstuk een antwoord moet geven.
Om een antwoord te vinden op de algemene probleemstelling zul je een aantal deelvragen moeten bedenken, om onderdelen te kunnen onderzoeken.
Deze vragen zullen een logische volgorde hebben.
Bedenk goed of je een antwoord kunt vinden op de vragen die je stelt. Bedenk steeds: wat is nu precies het probleem of de vraag waar ik een antwoord op wil vinden? En hoe kom ik daar straks achter?
Zoek je een oplossing? Of wil je het probleem alleen maar beschrijven?
De formulering van je probleemstelling is daarom erg belangrijk.
Voorkom meningvorming, door woorden als 'mooiste' of 'beste'.
Voorkom te open vragen, zoals 'is het mogelijk dat...?' Dit is namelijk bijna altijd het geval.
Als het nodig is kun je de begrippen die je in de probleemstelling hebt gebruikt uitleggen, zodat duidelijk is wat jij met die begrippen bedoelt in je onderzoek.

Plan van aanpak
Je hebt een onderwerp en probleemstelling bedacht.
Bedenk dan nu wat je allemaal moet onderzoeken en vooral hoe je dat gaat doen.
Ga je informatie van internet halen, interviews afnemen, proefjes of experimenten uitvoeren?
Wanneer ga je dat doen? Wat moet je voorbereiden? Moet je afspraken met andere mensen maken?
Hoe lang zullen de activiteiten ongeveer duren?
Op al deze vragen geef je antwoord in een plan van aanpak, waarbij een planning zit.
Het is verstandig om je plan van aanpak met je docent te bespreken. Zo kun je bepalen of je een haalbaar plan van aanpak hebt opgesteld.

Informatie verzamelen en schrijven 

  • Informatie verzamelen.
    • Je kunt inhoudelijke informatie vinden op internet, in de bibliotheek, in kranten en tijdschriften. Je kunt ook mensen interviewen, of experimenten uitvoeren.
    • Zoek ook beeldmateriaal.
      Let erop dat beeldmateriaal wel goed past bij de teksten, anders kun je het beter weglaten.
  • Orden je informatie en bedenk een (voorlopige) hoofdstukindeling.
  • Bewerk de informatie. Lees alles goed door en probeer te snappen wat alles betekent. Maak aantekeningen en haal de informatie eruit die je ook echt denkt te kunnen gebruiken.
  • Geef een antwoord op de deelvragen en de onderzoeksvraag. Als dit nog niet lukt, moet je extra informatie verzamelen.
  • Als je denkt dat je genoeg informatie hebt en antwoorden op de vragen kunt geven begin je met schrijven.
    • Schrijf nooit zinnen over, maar gebruik je eigen woorden.
    • Gebruik alleen woorden die je zelf begrijpt.
    • Verdeel de tekst in hoofdstukken. Verzin duidelijke kopjes.
  • Bedenk tijdens het schrijven waar je afbeeldingen wilt gebruiken. Verzin goede bijschriften.

Trek je eigen conclusies en geef je eigen mening. Leg uit waarom jij tot bepaalde conclusies bent gekomen.