Bookmark and Share

Populaties kunnen zich volledig herstellen

De aanleg van Maasvlakte 2 kan een lichte verstoring betekenen voor vogelsoorten in het omringende kustgebied. In de aanlegfase zou het geluid schuwe vogelsoorten kunnen afschrikken. Veel beschermde soorten hebben echter een grote actieradius: zij zoeken gewoonweg stillere plekken op. Dat kan, want binnen de omvangrijke Voordelta zijn voldoende uitwijkmogelijkheden. Het tijdelijke effect op het leef- en foerageergebied van beschermde vogelsoorten is dan ook gering, zo blijkt uit de MER-rapporten. Blijvende effecten zijn er niet, ook door de royale natuurcompensatie. Wel kunnen er tijdelijke effecten zijn, doordat de slibconcentratie in de Voordelta tijdelijk kan toenemen door de zandwinning. Het water kan plaatselijk troebeler worden. Dit kan effect hebben op het voedselaanbod voor schelpetende eenden en visetende vogels, waaronder eidereend, toppereend, zwarte zee-eend, grote stern en visdieven. Tussen 2009 en 2011 kan dit leiden tot een afname van de populatie van deze vogelsoorten. Deze afname is slechts tijdelijk en aanzienlijk kleiner dan de natuurlijke schommelingen. Alle populaties kunnen zich na aanleg van Maasvlake 2 volledig herstellen.

Slibconcentratie

Tijdens het baggeren op zee zuigen de baggerschepen met het zand ook water en slib - kleine kleideeltjes - op. Water en slib gaan weer terug de zee in. Een hogere slibconcentratie maakt het water troebel en minder lichtdoorlatend. Daardoor worden algen in hun groei belemmerd. Algen dienen als voedsel voor wormpjes, slakjes en schelpen, die op hun beurt voer voor vissen en eenden zijn. Te veel slib zou de voedselketen in de zee kunnen verstoren. Daarom worden slibmetingen uitgevoerd; niet alleen in het gebied waar Maasvlakte 2 komt, maar op honderd plekken langs de Noordzeekust. Door de uitkomsten van de metingen te vergelijken wordt duidelijk of het slib effect heeft op het leven op en in de zee.

Schelpdieretende eenden

De eidereend, de toppereend en de zwarte zee-eend vertoeven in de winterperiode graag in de Voordelta. Dit zijn schelpdieretende eenden. Troebel water als gevolg van de zandwinning zou de voedselvoorraad van deze eenden kunnen aantasten. Het troebele water kan de groei van algen en daarmee ook de groei van schelpdieren belemmeren. Maar de eenden zijn gewend aan pieken en dalen in de voedselvoorraad. Ook blijkt uit onderzoek dat de effecten van de zandwinning zeer gering en tijdelijk zijn. De berekende maximale afname van deze eendensoorten is bovendien aanzienlijk kleiner dan de natuurlijke schommeling in de omvang van de eendenpopulaties. De conclusie is dan ook dat de voedselketen niet substantieel en blijvend wordt verstoord.

Visetende vogels

Tijdens de zandwinning kan een hogere slibconcentratie het water troebeler maken. Visetende vogels die 'op zicht' jagen, zoals de visdief en de grote stern, zouden hun prooivissen minder goed kunnen zien. In het broedseizoen kan dit ten koste gaan van het broedsucces en daarmee van de omvang van de populatie. Dit effect is tijdelijk blijkt uit studies. En sommige wetenschappers denken dat prooivissen zich in troebeler water juist dichter aan het wateroppervlak wagen. Daar zijn ze weer beter zichtbaar voor de visetende vogels.