Bookmark and Share

Schoon en bereikbaar

Het nieuwe havengebied moet goed bereikbaar zijn over land en water. De bereikbaarheid over de weg (A15 en A4) staat echter al onder druk. Duidelijk is dat het woon-werkverkeer, zakelijk verkeer en recreatieverkeer ook zonder de komst van Maasvlakte 2 verder zou toenemen.

Maasvlakte 2 zal in 2035 tot zo'n 29.100 motorvoertuigritten per dag leiden. Tweederde hiervan is vrachtverkeer. Het effect op de regio is echter beperkt: ter hoogte van het Vaanplein is de bijdrage van Maasvlakte 2 nog maar 2 procent van het totale verkeer (4.400 van de 176.500 motorvoertuigritten) en 6 procent van het vrachtverkeer (3.200 van de 52.100 ritten).

Ondanks de beperkte invloed van Maasvlakte 2 op de verkeersproblematiek, staat het verbeteren van de bereikbaarheid hoog op de agenda van het Havenbedrijf. Om goede doorstroming te garanderen en de verkeers- en milieuoverlast te beperken, treft het Havenbedrijf diverse maatregelen. De belangrijkste is de zogenaamde 'Modal Shift'. Containerterminals zijn verplicht meer per binnenvaartschip en trein te vervoeren en minder met de truck. Ook wordt gedacht aan meer mogelijkheden voor openbaar vervoer voor werknemers en bezoekers. Een aantal bedrijven werkt nu al aan het opzetten van gemeenschappelijk personenvervoer.

Gemeenschappelijk personenvervoer

In 2007 is op de huidige Maasvlakte een proef gedaan met het inzetten van een vervoersmakelaar. Het doel hiervan is om samen met gevestigde bedrijven een collectief personenvervoersysteem te ontwikkelen, waarmee werknemers in de haven een goed alternatief hebben voor de auto. Er komt onder meer een busdienst naar het bestaande distributiepark Maasvlakte. Verder doet het Havenbedrijf samen met Deltalinqs (de belangenbehartiger van Rotterdamse havenbedrijven) onderzoek naar het reisgedrag van werknemers uit haven en industrie. Deze proef dient ook als model voor de ontwikkeling van een collectief personenvervoersysteem van en naar Maasvlakte 2.

A15

De snelwegen in en rond Rotterdam zullen, tegen de tijd dat Maasvlakte 2 volop in gebruik is, minder fileproblemen kennen dan nu. Dit is één van de conclusies van het rapport 'Tweede Maasvlakte: Visies op verkeer en vervoer tussen 2020 en 2033' van het onderzoeksinstituut TNO. De belangrijkste conclusie is dat er de komende 25 jaar vele maatregelen worden genomen, waardoor het verkeer tussen de haven en het achterland efficiënter en schoner wordt.

Goede maatregelen
De A15 heeft binnen de studie van TNO veel aandacht gekregen; iedereen vreest voor het dichtslibben van deze belangrijke verkeersader. Die angst is grotendeels ongegrond. Doordat er vanaf 2020 veel meer goederen per spoor en binnenvaart worden vervoerd en minder per vrachtwagen, zal het vrachtverkeer op de A15 verminderen. Dat heeft een positief effect op de files en de luchtkwaliteit. Bovendien zal het verkeer vanaf 2020 schoner en efficiënter zijn, geven de onderzoekers aan. Dit komt door beter verkeersmanagement en strengere milieueisen. Minder files worden bereikt doordat er in 2020 meer prijsprikkels zijn: de weggebruikers gaan de autoritjes in hun portemonnee voelen. Veel verkeer zal dan ook uitwijken naar tijden buiten de spits en andere automobilisten zullen kiezen voor het openbaar vervoer.

Oeververbinding
Toch blijft de grote afhankelijkheid van de A15 een kwetsbaar punt. Het rapport stelt dat een extra oeververbinding over de Maas de druk op de A15 zou kunnen ontlasten. Het gaat hierbij om de aanleg van een tunnel tussen het Westland en de Maasvlakte. De minster van Infrastructuur en Milieu heeft in december van 2011 haar voorkeur uitgesproken voor de Blankenburgverbinding.

Vrachtverkeer: Toegangseisen Maasvlakte

Voor vrachtvervoer over de weg stelt de gemeente Rotterdam toegangseisen in voor de bestaande Maasvlakte en Maasvlakte 2. In de praktijk gelden vanaf 1 januari 2014 de volgende eisen voor dieselvrachtauto's (zwaarder dan 3,5 ton):
> Alle vrachtauto's die nieuw op kenteken zijn gezet vanaf 1 januari 2013, moeten beschikken over een Euro VI-motor.
> Alle vrachtauto's die nieuw op kenteken zijn gezet vóór 1 januari 2013, mogen niet ouder zijn dan zeven jaar. Deze leeftijdseis geldt niet voor voertuigen met een Euro VI-motor.

Hierdoor krijgen in dit gebied uiteindelijk alleen 'schone' vrachtwagens die voldoen aan de EURO VI-norm toegang. De maatregel zorgt ervoor dat de luchtkwaliteit in Rijnmond, ook bij groeiende economische bedrijvigheid op Maasvlakte 2, niet slechter wordt en zelfs kan verbeteren. Bijkomend voordeel van de maatregel is dat ook in de rest van Nederland de uitstoot vermindert, omdat de schonere vrachtwagens ook daar rijden.

Meer informatie staat op de internetsite van de gemeente Rotterdam

Verkeersregulering

Het Havenbedrijf onderzoekt samen met de gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat de mogelijkheden om het verkeer beter te reguleren. Er wordt onder meer gekeken of het mogelijk is vrachtwagens niet meer tijdens de ochtend- en de avondspits toe te laten op de A15 en de A4 ter hoogte van Rotterdam. Deze spreidingsmaatregel heeft twee voordelen: buiten de spits rijden komt de capaciteit op de weg ten goede, maar ook de luchtkwaliteit. De uitstoot van een vrachtwagen is tijdens een filerit namelijk drie keer groter dan tijdens een rit op normale snelheid zonder files.

Een ander onderzoek richt zich op het invoeren van slottijden: het alleen op afspraak en binnen een vastgestelde tijd lossen en laden van containers. De transportefficiency kan worden verbeterd met geavanceerde ICT-toepassingen, zoals het elektronisch voormelden met toewijzing van timeslots. Alle transporteurs worden verder gestimuleerd meer te vervoeren per transportbeweging.

Containertransferium

Minder vrachtverkeer in en om Rotterdam, kan ook worden bereikt door anders om te gaan met het transport. Containertransferium kunnen bijvoorbeeld grote hoeveelheden containers tussen de Maasvlakte en de oostkant van Rotterdam verschepen. Daarmee verdwijnt een flink aantal vrachtwagens van de A15.

Scheepvaart

Binnenvaartschepen
Eén van de maatregelen om milieuwinst te bereiken, is het weren van binnenvaartschepen met verouderde motoren. Vanaf 2025 mogen uitsluitend schepen met ten minste een CCR-II motor de Rotterdamse haven aandoen. Dit is opgenomen in de Havenbeheersverordening Rotterdam 2010 (artikel 13.2). Om de overgang naar schonere motoren te bevorderen betalen de meest vervuilende binnenvaartschepen extra havengeld en krijgen schonere schepen juist korting.

Het extra havengeld komt terecht in het door het Havenbedrijf ingestelde stimuleringsfonds Schone binnenvaart en duurzame logistiek in Rotterdam. Dit fonds heeft tot doel het brandstofverbruik en de uitstoot van vervuilende stoffen door de binnenvaartsector te verminderen. De schepen moeten overschakelen op schonere dieselmotoren of de motoren aanpassen door bijvoorbeeld het plaatsen van filters.

Verder kunnen binnenvaartschippers die rondom het Rotterdamse havengebied varen subsidie aanvragen voor maatregelen die de uitstoot van hun schip verminderen. De provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en de stadsregio Rotterdam investeren samen 6,2 miljoen euro in een schonere binnenvaart. De Milieumaatregelen binnenvaart Zuid-Holland dragen bij aan een betere luchtkwaliteit in de regio

Daarnaast zal op bepaalde vaartrajecten een maximum vaarsnelheid voor de meest vervuilende schepen worden ingesteld, op de Oude en Nieuwe Maas en het Hartelkanaal.

De helft van alle binnenvaartschepen die in Nederland varen, doet Rotterdam aan. Varen met schonere motoren zal dus een gunstig effect hebben op heel Nederland.

Zeeschepen
Voor de zwaveluitstoot gelden steeds strengere regels. Sinds augustus 2007 mag de brandstof van zeeschepen op de Noordzee maximaal 1,5 procent zwavel bevatten. Dat was voorheen 2,7 procent. Vanaf 2010 mag de brandstof van schepen aan de kades van Europese havens niet meer dan 0,1 procent zwavel bevatten.

Sinds 1 januari 2011 krijgen de allerschoonste zeeschepen in Rotterdam, Dordrecht en Moerdijk korting op het havengeld. De korting kan oplopen tot vijf procent. Om in aanmerking te komen voor de korting moet een schip scoren hoog op de Environmental Ship Index (ESI), een nieuwe internationale maatstaf voor de uitstoot van zeeschepen. Schepen die beter presteren dan de wettelijke norm, worden beloond. De invoering van de ESI past in het beleid van het Havenbedrijf en draagt bij aan de duurzame havenontwikkeling. De ESI is ontworpen door de havens van Amsterdam, Antwerpen, Bremen, Hamburg, Le Havre en Rotterdam in samenwerking met de International Association of Ports and Harbors (IAPH) en de European Sea Ports Organisation (ESPO).

Spoor

De Betuweroute zal in de toekomst intensiever worden gebruikt vanwege de modal shift. Een ander project om de luchtkwaliteit te verbeteren, is de ontwikkeling van een schone, hybride rangeerlocomotief.

Materieel

Duurzaamheid is ook een issue bij de ontwikkeling van Automated Guided Vehicles (AGV's), de onbemande voertuigen die containers vanaf de kade transporteren en zelf hun weg zoeken over de terminal. Het dieselverbruik van de oude types is hoog, evenals de emissies van fijn stof en NOx (stikstofoxide). De terminals op Maasvlakte 2 gaan gebruik maken van volledig elektrisch aangedreven AGV's. Dat betekent minder uitstoot en minder geluid. De stuwadoors die zich vestigen op Maasvlakte 2 hebben contractueel vastgelegd dat ze meer gebruik gaan maken van elektrische aandrijvingen in hun voertuigenpark.