Havenbedrijf kiest voor duurzame ontwikkeling
8 december 2005
Het Havenbedrijf Rotterdam gaat bij de aanleg van Maasvlakte 2 nadrukkelijk op zoek naar klanten die hun containerterminal duurzaam exploiteren. Dat betekent dat bij de selectie van de eerste klant voor deze havenuitbreiding niet alleen gekeken wordt naar financieel rendement, maar ook naar milieucomponenten. Daarbij wordt verder gekeken dan de terminal zelf: vooral de verkeersbewegingen die de komst van de containerterminal met zich meebrengt worden meegewogen.
Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf: “Dit is een duidelijke accentverschuiving in ons beleid. Duurzame ontwikkeling krijgt een wezenlijke plaats in ons afwegingskader. Enerzijds doen we dit natuurlijke vanwege de stringente regelgeving op milieugebied, anderzijds echter ook vanuit de verantwoordelijkheid die we hebben voor de omgeving waarin we werken.”
Deze zomer hebben zich veertien bedrijven gemeld bij het Havenbedrijf Rotterdam om zich als eerste te vestigen in het nieuwe havengebied. Het Havenbedrijf voert een open, transparante en non-discriminatoire procedure voor de uitgifte van deze terminal. De verschillende biedingen zullen worden beoordeeld op de volgende vier criteria: financieel (40%), strategie & marketing (25%), duurzaamheid (20%) en terminal concept (15%).
Bij ‘financieel’ staat de vergoeding voor gebruik van de terminal centraal. Partijen wordt gevraagd een bod uit te brengen op de terminal. Daarbij wordt ook gevraagd de hoeveelheid lading te ramen die schepen zullen aan- en afvoeren. Dat scheepvaartverkeer is voor het Havenbedrijf ook een inkomstenbron. Pakt de raming van de bedrijven in de praktijk gunstiger of ongunstiger uit, dan treedt een bonus-malus regeling in werking. Het bedrijf dat de terminal exploiteert krijgt dan een deel van de extra inkomsten of moet die bijpassen.
Bij ‘strategie & marketing’ komen aspecten aan de orde als de rol van de terminal in het Europese en wereldwijde netwerk van het bedrijf en de mate waarin men lading en rederijen aan zich weet te binden. Bij ‘duurzaamheid’ gaat het onder andere om de mate waarin men lading via binnenvaart en rail naar het achterland vervoert in plaats van over de weg, en de emissies van geluid, licht en luchtverontreiniging. In de beoordeling van het ‘terminal concept’ spelen zaken een rol als de productiviteit van de terminal, de efficiënte inrichting voor de afhandeling van de verschillende vervoersmodaliteiten en de keuze van ingezet materieel op de terminal. Dat laatste heeft weer een belangrijke milieucomponent.
De komende maanden kunnen de veertien bedrijven gebruiken om hun plannen uit te werken, te overleggen met het Havenbedrijf en met een bieding te komen. Dat moet kort na de zomer leiden tot selectie van enkele kandidaten waarmee vervolgens de finale onderhandelingen starten. In de tweede helft van 2007 kan dan een overeenkomst met een partij gesloten worden zodat in het voorjaar van 2008 gestart kan worden met de aanleg van Maasvlakte 2. Afhankelijk van de haast die de klant heeft kan de terminal tussen 2012 en 2014 in gebruik genomen worden.

