Drie consortia in de race voor aanleg Maasvlakte 2
8 december 2005
Drie consortia van bagger- en bouwbedrijven hebben zich gekwalificeerd voor aanleg van Maasvlakte 2. Er is één puur Nederlandse combinatie, gevormd door Boskalis en Van Oord, een Belgische groep, bestaande uit Dredging International en Jan de Nul, en een internationale combinatie, bestaande uit het Nederlandse Ballast Nedam en de Deen Per Aarsleff.
Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam: “Dat er drie consortia in de race zijn zorgt voor een gezonde concurrentie. Ik verwacht daarom veel creativiteit in het ontwerpproces en vervolgens scherpe prijzen.” Deze zomer is het Havenbedrijf op zoek gegaan naar partijen die het eerste contract voor de aanleg van de 2000 ha grote havenuitbreiding in de Noordzee kunnen uitvoeren. Het project is in totaal geraamd op 2,9 miljard euro, het eerste contract is ongeveer een derde daarvan waard.
Aanleg van Maasvlakte 2 wordt aanbesteed in een zogenaamd design & construct contract dat zowel ontwerp- als aanlegwerkzaamheden omvat. Wat betreft de omvang zijn er twee varianten: een zogenoemde basisoplossing en een totaaloplossing. De eerste variant omvat de bouw van de harde zeewering (dijk), het doorgraven van de huidige zeewering van Maasvlakte 1 ter hoogte van de Yangtzehaven, de aanleg van de zachte zeewering (kunstmatige duinen) en het opspuiten van Maasvlakte 2 zelf. De uitgebreide variant omvat ook aanleg van de openbare infrastructuur (zo’n 10 kilometer auto- en spoorwegen), bouw van de eerste kademuren (ca. 1000 meter) en onderhoud van de zeewering. Het Havenbedrijf laat de vraag of ze alleen de basisscope of het totaalpakket gunt aan een van de drie consortia, afhangen van de prijs waarmee deze komen.
De volgende fase van de aanbesteding is de zogenaamde overlegfase. Daarin bespreken Havenbedrijf en aannemersconsortia het ontwerp en de manier waarop dat gebouwd wordt. Afstemming met de lopende MERtrajecten is daarvan een belangrijk onderdeel. Bouwwijzen en ontwerp kunnen het komende half jaar worden afgestemd op de MER en omgekeerd.
In de zomer van 2006 wordt een bieding van de consortia verwacht. Na beoordeling daarvan volgen in de winter van 2006-2007 de onderhandelingen. Die moeten in de loop van 2007 uitmonden in een contract met een van de consortia zodat aanleg in het voorjaar van 2008 van start kan gaan.

