De boer op met de tweede Maasvlakte


13 november 2006, Richard Clevers, Algemeen Dagblad

Het Havenbedrijf Rotterdam trekt dorpen en steden door om zieltjes te winnen voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Middels een toer langs veertien plaatsen in deze regio worden burgers door het Rotterdamse Havenbedrijf ingelicht over de gigantische landwinning voor de Tweede Maasvlakte. 

Het Havenbedrijf staat aan de vooravond van een hels karwei, waarbij het de genade van de burger goed kan gebruiken. De komende twee jaar moet de ontwikkelaar van de Tweede Maasvlakte door een indrukwekkende papierwinkel. Denk aan vergunningen, rapportages en bestemmingsplannen, waartegen burgers bezwaar kunnen maken. Door alle omwonenden goed voor te lichten hoopt het Havenbedrijf alvast wat ongenoegen weg te nemen. „Voor ons is het bovendien goed om te horen wat er leeft, onder de mensen. 

Daar kunnen we dan rekening mee houden,” licht een zegsman toe. Voor dit hele ‘papieren traject’ neemt het Havenbedrijf tot het najaar van 2008 de tijd. Dan moet de aanleg beginnen. Vervolgens kan in 2013 het eerste schip afmeren, zo is de planning. Pas tussen 2020 en 2030 is de Tweede Maasvlakte helemaal gereed. Vooral in Zeeland verwacht Ton IJlstra, verantwoordelijk voor de natuurcompensatie, nu eerst wat strubbelingen. „Daar lopen we aan tegen bezwaren van ondernemers, vissers en watersporters,” verklaart hij. Dat komt doordat sommige gebieden op zee tot verboden terrein worden verklaard. 

„Vissers die daardoor schade oplopen, hebben recht op compensatie. En ook met ondernemers die leven van het toerisme in die gebieden zijn we voortdurend in gesprek.” De verboden gebieden op zee zijn ingesteld om de natuur te beschermen. De ontwikkelaars van de Tweede Maasvlakte hebben een heel plan moeten opstellen om het natuurverlies te compenseren. 

Daartoe is aan de Zeeuwse kust een groot zeereservaat ingesteld, waar bijvoorbeeld plaats is voor veel extra zeehonden. Ook op andere plaatsen brengen de ontwikkelaars natuurverbeteringen aan. Andere omwonenden, bijvoorbeeld in Spijkenisse, Pernis of Schiedam, kunnen bezwaar hebben tegen milieuvervuiling, lawaai of verslechterd uitzicht. 

De dames en heren ontwikkelaars zijn in elk geval op alles voorbereid. „We houden er rekening mee dat mensen tot aan de Raad van State in beroep gaan,” vertelt Paul Swanenvleugel, van het projectbureau Maasvlakte 2. ,,Er hoeft maar één persoon procedures te starten en dan kost het je weer energie.” Hij denkt niettemin dat het draagvlak voor de landaanwinning over het algemeen best groot is. Mensen beseffen heus wel hoe goed een en ander voor de economie zal zijn. En anders horen ze dat wel tijdens één van de voorlichtingsbijeenkomsten. De data daarvoor staan in een informatiekrantje dat het Havenbedrijf huis aan huis laat bezorgen.