'Uit met dat eeuwige gepraat'
31 oktober, 2007, © Nieuwsblad Transport
Bestuurlijke drukte gisteren in de Ridderzaal op het Binnenhof. Vijf ministers, zestien provinciale bestuurders en vijftien wethouders zetten hun handtekening onder het project Randstad Urgent. Havenwethouder Mark Harbers van Rotterdam was een van hen.
Veel bestuurders lijken enthousiast over deze poging om de bestuurlijke impasse inzake mobiliteit te doorbreken. Bent u dat ook?
Harbers: Absoluut. Het is een unieke demonstratie van eenheid om de problemen nu eens op te lossen. Goed dat zoveel bestuurders zich vastleggen op het behalen van resultaten. Uit met dat eeuwige gepraat.
U moest zelf onlangs mededelen dat de Tweede Maasvlakte weer vertraging oploopt. Een tikje ongelukkig in het licht van dit urgentieprogramma.
Harbers: Nou, de vertraging blijft beperkt tot een maand voor de 'eerste plons'. Dat vind ik op de schaal van dit project nog te overzien. Maar het is inderdaad een mooie illustratie van hoe ingewikkeld we het hebben gemaakt in dit land. De MER (milieu-effectrapportage, FdK) beslaat 6.200 pagina's, en de commissie die hem beoordeelt heeft daarvoor meer tijd en meer informatie nodig. Ze hebben aanvullende vragen gesteld, waarvan de antwoorden voor een deel er al in stonden, maar niet op de plek waar zij het verwachtten te vinden.
Hans Smits, topman van het Havenbedrijf, zei onlangs: het is van de gekke dat we met het zweet op onze voorhoofd moeten afwachten wat de Raad van State dadelijk over de Tweede Maasvlakte beslist. Eens?
Harbers: Dat is een gevoel dat iedereen deelt. Je kunt het de Raad van State niet kwalijk nemen, we hebben het zo in wetgeving vastgelegd dat haar oordeel een finaal oordeel is. Daarom hebben we behoefte aan een regeling waar je fouten kunt herstellen zonder dat je de hele procedure overnieuw moet doen. Ik weet niet of dat voor de Tweede Maasvlakte op tijd komt, maar ik ga er vanuit dat we hier toch wel het maximale aan inhoudelijk en juridisch denkwerk hebben bereikt.
Vindt u dat Rotterdam goed bedeeld is in het urgentieprogramma?
Harbers: Je hebt altijd nog wel wat wensen, maar dit dekt de hoofdmoot van wat we in Rotterdam nodig hebben. Alles zit erin: de bereikbaarheid van de stad, de Randstad en de haven. De haven kampt met problemen op het gebied van ruimte, bereikbaarheid en afhandeling. Alle drie worden in dit programma aangepakt: met de Tweede Maasvlakte, de A4 noord en zuid, de A13/A16-verbinding, de Tweede Oeververbinding naar het havengebied en het containertransferium. Dat laatste moet een doorbraak worden in de versnelling van de afhandeling van zeevracht door de binnenvaart.
Het transferium is niet onomstreden. De binnenvaart ziet er niet veel in.
Harbers: Het belangrijkste wat we dan hebben te doen, is het overtuigen van de binnenvaart. Als we kunnen laten zien welke voordelen er havenbreed voor de afhandeling van lading zijn, dan heb ik goede hoop dat we de binnenvaart meekrijgen.
Was het moeilijk om de Tweede Oeververbinding op de lijst te krijgen?
Harbers: Het gekke is: eigenlijk niet. Dat tekent ook wel een beetje wat er met dit urgentieprogramma aan de hand is. In de Nederlandse traditie had ook ik verwacht dat ze in Den Haag zouden aarzelen, studeren, onderzoeken. Maar eigenlijk zonder noemenswaardige lobby is er gezegd: het is van belang voor de haven van Rotterdam, dus we zetten het op de lijst. Wat dat betreft staat symbool voor de nieuwe aanpak.
Heeft u al voorkeur voor een van de drie lokaties?
Harbers: Alle varianten zijn doorgerekend: wat kosten ze en wat leveren ze maatschappelijk op. Daar komt wel een lichte voorkeur uit naar voren, Hoe westelijker, hoe groter de voordelen maar ook hoe duurder die wordt. En hoe dichter bij de stad, hoe kleiner de voordelen. We moeten zoeken naar een optimum, en dan kom je al gauw in het midden uit, dus het Oranjetracé. Maar die voorkeur hebben wij formeel nog niet uitgesproken.
Geldt voor dit en de andere projecten op de lijst dat we er nu zeker van kunnen zijn dat ze er daadwerkelijk komen?
Harbers: De handtekeningen van de ministers staan er onder. Het kabinet staat erachter. Er is dus op rijksniveau vastgesteld dat deze projecten moeten. Daar ben ik heel blij mee, want ze zijn van wezenlijk belang om de positie van Mainport Rotterdam veilig te stellen.

