Logistiek in de knoop; Rotterdamse haven kwetsbaar aan landzijde
14 mei, © Het Financieele Dagblad
Over de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven vanuit zee hoeft niemand zich zorgen te maken. Als de Tweede Maasvlakte er over zes jaar ligt, neemt de haven weer een voorsprong op andere, West-Europese havens.
Dit voordeel verkeert in een nadeel als Rotterdam zijn zaakjes aan de landzijde niet tijdig op orde krijgt. Hoewel partners in een logistieke keten, hebben verladers, cargadoors, stuwadoors, expediteurs en transporteurs alleen oog voor het welbegrepen eigenbelang. Daar is niks mee, zolang er geen structurele capaciteitsproblemen zijn. Die zijn er in Rotterdam dus wel, aan de landzijde.
Dat haast is geboden bij het gezamenlijk zoeken naar oplossingen, wordt nog onvoldoende gevoeld. Dat is opmerkelijk omdat er recent incidenten zijn geweest die het logistieke proces in de haven en naar het achterland hebben ontwricht.
Een tijdige aflevering van goederen is niet vanzelfsprekend meer, waarmee de bijl wordt gezet aan de wortel van een betrouwbare logistiek, een tak van sport waarmee Nederland zich, ook internationaal, onderscheidt. Onderlinge afstemming tussen marktpartijen over lusten en lasten in de vervoersketen zou beter vandaag dan morgen een feit moeten zijn. Zonder regie gaat dat te lang duren. Misschien dat het Havenbedrijf als landlord de rol van regisseur op zich kan nemen.
Wie denkt dat Nederland met de Betuwelijn de problemen als gevolg van de explosief groeiende containerstroom heeft opgelost, heeft het mis. Als vervoersmodaliteit speelt het spoor traditioneel een bescheiden rol bij het ontwarren van de logistieke knoop naar het achterland. Het wegvervoer en vervoer over water zijn daarbij wél essentieel. Beide zijn overigens onvergelijkbaar. De grenzen aan de capaciteit van de wegen zijn al jaren in zicht, op het water is er ruimte zat, maar die wordt niet efficiënt benut. Daarvoor is de binnenvaart zelf verantwoordelijk.
Bij een tekort aan infrastructuur, is de overheid aan zet. Tijd voor publiek-private experimenten ontbreekt. Slimme oplossingen, zoals het zo veel mogelijk scheiden van het vracht- en personenverkeer, kunnen en moeten onmiddellijk in praktijk worden gebracht. Maar zij bieden hooguit tijdelijk soelaas. Aan aanleg van meer asfaltstroken, zoals op de A15, valt niet te ontkomen.
Even onvermijdelijk is flankerend milieubeleid. Dat betekent onder meer schonere motoren voor wegvervoer en binnenvaart. De bewoners van de Rijnmond hebben recht op minder CO2 en fijn stof in de lucht.
Copyright 2007 Het Financieele Dagblad B.V. All Rights Reserved Het Financieele Dagblad
Copyright © 2007 LexisNexis, a division of Reed Elsevier Inc. All rights reserved. Terms and Conditions Privacy Policy

