Rotterdam mikt op halvering eigen CO2-uitstoot
11 mei 2007 - door Ton Olde Monninkhof, © Het Financieele Dagblad
Met een ambitieus klimaatprogramma wil Rotterdam de wereldtop halen als duurzame energiehaven. Doelstelling van het pas opgerichte Climate Initiative is een halvering van de Rotterdamse CO2-uitstoot in 2025. Het Climate Initiative staat onder leiding van oud-premier Ruud Lubbers. Behalve de gemeente, doen ook het havenbedrijf, de Milieudienst Rijnmond en Deltalinqs, de club van het havenondernemers, mee.
Rotterdam is lid van de C50. Dat is een club van vijftig wereldsteden, elk met meer dan 3 miljoen inwoners, die op initiatief van de voormalige president van de VS, Bill Clinton, hebben toegezegd fors te investeren in duurzaamheid. Binnen de C50, die het komende weekeinde in New York confereert, wil Rotterdam het voortouw nemen, aldus burgemeester Ivo Opstelten gisteren bij de presentatie van het Rotterdam Climate Initiatief. Daartoe investeert de gemeente de komende drie jaar euro 50 mln in duurzame energie, het bedrijfsleven heeft een vergelijkbaar bedrag toegezegd.
Aan die investering stelt Wim van Sluis, voorzitter van Deltalinqs, wel voorwaarden. 'De opslag van CO2, noodzakelijk voor renderend hergebruik, moet door Den Haag en door Brussel worden goedgekeurd. De overheid moet investeren in de infrastructuur die het renderend hergebruik van koolstofdioxide mogelijk maakt. Bovendien moet sprake zijn van een goed functionerende emissiemarkt. De prijs per ton CO2 is nog te laag.'
Als er geen goedkeuring komt vanuit Den Haag en Brussel voor CO2-uitstoot, wordt halvering van de uitstoot in 2025 met 50% ten opzichte van die van 1990 niet gehaald. Een ander risico is dat het Rijk niet ingaat op het verzoek euro 400 mln te investeren in infrastructuur die voor opslag en hergebruik van CO2 nodig is.
Lubbers is echter optimistisch dat Den Haag en Brussel over de brug komen. Rotterdam stoot op dit moment 33 Mton CO2 uit. Dat is 25% van de Nederlandse uitstoot. Bij ongewijzigd beleid loopt dat op tot 50 Mton in 2025. Door de uitstoot te reduceren tot 14 Mton in 2025 levert Rotterdam een flinke bijdage aan de milieudoelstelling van het kabinet (-30% uitstoot in 2020) en die van Europa (-20% in 2020). 'Minister Jacqueline Kramer is positief over onze plannen en ik heb begrepen dat ze in Brussel met volle kracht zal pleiten voor opslag van CO2. Ik verwacht dat het kabinet in zijn bevindingen over de eerste 100 dagen de Rotterdamse maatregelen zal steunen. Als het dat niet doet, is het Honderd Dagen-plan waardeloos.'
CO2 wordt, zo voorspelt Lubbers, in Rotterdam een profijtelijke handel. 'Helaas kunnen we er hier niet voor zorgen dat de prijs per ton omhooggaat. We moeten wel reëel blijven.' Door de aanleg van de Tweede Maasvlakte, de investeringen in nieuwe energiecentrales en de aanleg van lng-terminals heeft de haven volgens Lubbers voldoende kritische massa om bijvoorbeeld het hergebruik van industriële restwarmte te laten renderen. 'Uitbreiding van de haven zou een hogere CO2-uitstoot tot gevolg hebben. We hebben echter van de nood een deugd gemaakt. Juist in deze groei liggen geweldige economische kansen.'
Het nabijgelegen Westland kan van het hergebruik van koolstofdioxide profiteren. Door CO2 op te slaan in uitgeputte olievelden op het continentale plat in de Noordzee, kunnen ook de laatste resten rendabel uit de bodem naar boven worden gehaald.
Rotterdam kan, zo verwachten de initiatiefnemers, een duurzame proeftuin worden die voor bedrijven uit heel de wereld aantrekkelijk is. Nu al zijn er 5 bedrijven in het havengebied die biobrandstoffen produceren, nu al goed voor een productie van 4 miljoen ton.
De op het terrein van duurzaamheid opgedane ervaringen hebben ook marktwaarde. Het gaat dan niet alleen om technologieën die worden ontwikkeld, maar ook kennis en ervaring kunnen aantrekkelijke exportproducten worden.
Zowel Lubbers als Van Sluis is overtuigd van het commitment van grote bedrijven als Shell en Exxon- Mobil aan de ontwikkeling van Rotterdam als een duurzame energiehaven. Volgens beiden is er sprake van een kentering. 'We meten dat af aan de veranderde opstelling van de elektriciteitsmaatschappijen. Aanvankelijk was men heel gereserveerd over onze plannen, nu is men enthousiast.'
Als inmiddels doorgewinterd lobbyist voor zijn stad in Den Haag, zegt burgemeester Opstelten dat het kabinet de initiatieven van het Rotterdam Climate Initiative wel zal omarmen. Maar de gemeente komt ook zelf in actie. Zoals bij het gebruik van industriële restwarmte voor verwarming van huizen, ziekenhuizen en openbare gebouwen. 'Ik heb over dit soort toepassingen ook al gesproken met mijn collega in Delft. We beperken ons dus niet tot Rotterdam.'
In 2015 moeten 50.000 huishouden op deze CO2-neutrale verwarming zijn aangesloten. Het gemeentelijke wagenpark moet aan de biobrandstof. Opstelten: 'Maar wel gecertificeerde, duurzame brandstof. We willen niet dat een tropisch regenwoud wordt gekapt om onze vuilniswagens te kunnen laten rijden.'
Ook worden energiezuiniger woningen gebouwd, alsmede de bouw van CO2-neutraal stadhuis. Het karakteristieke pand aan de Coolsingel is qua duurzaamheid een net zo hopeloos geval als het woonhuis van Al Gore, de bekendste pleitbezorger van duurzaamheid. De zaal, waar gisteren het Rotterdam Climate Initiative werd gepresenteerd, had geen dubbele ramen, de ouderwetse verwarming stond vol aan en in de vele kroonluchters, die allemaal brandden, zat geen enkele spaarlamp. Tot slot een duurzame tip: Opstelten kan zijn dienstauto, merk Chrysler, beter vervangen door een hybride Toyota Prius.
Bij de presentatie van het Rotterdam Climate Initiative gisteren liet oud-premier Ruud Lubbers in woord en gebaar er geen misverstand over bestaan dat hij de drijvende kracht is achter Rotterdam, duurzame energiehaven.
Toen het gemeentebestuur hem vorig jaar polste om voorzitter te worden van de Internationaal Advisory Board, kon het niet bevroeden dat Lubbers deze vooral representatieve functie zou gebruiken om met veel elan een oud stokpaardje te berijden: energie. Gezien zijn CDA-achtergrond kan het geen verbazing wekken dat ook het duurzame aspect aan energie zijn aandacht kreeg.
Onder het vorige kabinet was er nauwelijks aandacht voor het milieu. In Rotterdam was dat niet anders, behalve als het milieu roet in het eten kon gooien bij planprocedures zoals de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Lubbers liet zich er niet door van de wijs brengen. Hij douwde door en dankzij de klimaatverandering heeft hij nu de wind vol in de zeilen. In Rotterdam wordt hij alom geprezen voor zijn visie. In Den Haag en in Brussel is het nog niet zover. Maar de kans is klein dat Lubbers zich laat afschepen.
Copyright © 2007 LexisNexis, a division of Reed Elsevier Inc. All rights reserved.

