Rotterdams herwonnen paradijs
Vervuiling Maasvlakte heeft plaatsgemaakt voor nieuwe rijkdom aan soorten
7-9-2005
Zeehonden, witsnuitdolfijnen, slechtvalken en een keur aan vissen laten
zich weer zien in het havengebied. Dat had ik twintig jaar geleden niet
durven hopen. Een lepelaar scharrelt door een kreekje, een flinke harder
voor zich uit jagend, verderop flirt een grijze zeehond op een zandbank
met een gewoon soortgenootje en draait zich nog eens om in de weldadige
septemberzon. Niks bijzonders, ware het niet dat we deze zondagochtend in
het Rotterdamse havengebied staan.
Twee soorten zeehonden, vijftien stuks, zegt Jeroen Verhoeff terwijl hij
verrukt opkijkt van zijn telescoop. HÃer! Dat had ik twintig jaar geleden
toch niet durven hopen.
Vlaardinger Verhoeff heeft een groeiende reputatie als dierenschilder en
natuurkenner. Ter lering en inspiratie trok hij de hele wereld over. Maar
de laatste jaren komt hij steeds dichter bij huis aan zijn trekken.
Zoals hier aan Strand Slufter, helemaal aan het einde van de Maasvlakte.
Wie erheen rijdt, verwacht halverwege onwillekeurig dat hij zo dadelijk
van de aarde af rijdt. Het landschap van vuur, rook en stoom brakende
pijpen, hagelwitte silos en roestvrijstalen kastelen wordt, naarmate je
verder van Rotterdam komt, allengs onwezenlijker.
En dan opeens, helemaal aan het einde, sta je in het paradijs. Het
herwonnen paradijs, eigenlijk. Een kwart eeuw terug haalden mijn broers
en ik hier vissen met zúlke gezwellen uit het water, zegt de 38-jarige
Verhoeff, omineus gebarend. Monsters.
Maar het vervuilde havenslib is goeddeels afgevoerd, de Rijn en de
Noordzee worden weer schoner, de vissen zien er weer normaal uit en
allerlei dieren wagen zich weer voorzichtig in het gebied. Als jochie
van10 zag ik mijn eerste aalscholver. Helemaal in Brabant, voor mij een
bijzondere ervaring. Nu zitten er hier duizenden.
Snorkelen doet hij nu al tien jaar. In het begin was er vooral mist. Nu is
het zicht soms wel een meter of twee. Verhoeff wijst op de toren van de
energiecentrale van Eon. Daar heeft een slechtvalk zitten broeden. Een
slechtvalk! Dat is een top-roofdier, slaat zo een gans uit de lucht.
Helemaal bovenaan de voedselpiramide. Dat is toch een soort medaille voor
zon gebied.
Zeehonden ziet hij hier al een paar jaar, ook witsnuitdolfijnen worden
steeds vaker gesignaleerd. Mijn droom is nu dat ik net als mijn opa de
bruinvissen weer langs de Vlaardingse havenmond zal zien zwemmen. En dan
niet vanwege de overbevissing verderop op zee, maar omdat het hier goed
voor ze is. En dat dan houting, fint, elft, zalm en steur, net als
vroeger met zijn allen helemaal de Nieuwe Waterweg op trekken, niet
alleen tot voorbij Schiedam maar helemaal tot in Duitsland.
Dat laatste lijkt er nog van te komen ook. Het Havenbedrijf Rotterdam
(HbR) is van plan om de oevers te gaan bekleden. Nu ligt er 180 kilometer
steen. Dat is nodig, omdat de scheepvaart anders alles weg zou slaan.
Maar daaroverheen wil het havenbedrijf rubber matten aanbrengen, of een
andere, zachte ondergrond waarop bijvoorbeeld riet kan worden geplant.
Het kost veel geld, en omdat het onder water zit, zie je er bijna niks
van. Maar het is wel heel belangrijk: 180 kilometer visvriendelijke
oevers vormen een rode loper voor vissoorten die het hele gebied al zeker
een halve eeuw mijden.
De haven heeft het allemaal over voor een vriendelijker, leefbaarder
imago. En Verhoeff krijgt zijn houting. Ik ga er bijna dat vreselijke
woord win-win situatie van gebruiken.
Landtong Rozenburg
Slufterstrand
Volkskrant

