Reparatie Tweede Maasvlakte kost geld en tijd
2-2-2005, © Nieuwsblad Transport, door Frank de Kruif
Het besluit van de Raad van State om de kabinetsbesluiten over de Tweede Maasvlakte te vernietigen, gaat geld en tijd kosten. De hamvraag is hoeveel geld en vooral hoeveel tijd. Niemand had er écht rekening mee gehouden.
De Tweede Maasvlakte werd zo breed gedragen dat er van uit mocht worden gegaan dat ook de Raad van State over de relatief lichte bezwaren van een klein aantal opponenten zou heen stappen. De gevreesde milieulobby was immers al afgekocht door een ruime compensatie voor natuurverlies in de plannen op te nemen. Het zijn vissers en boeren die zich tekortgedaan voelen, die met succes hebben gezocht naar onvolkomenheden in de plannen. Daar zal ongetwijfeld een min of meer redelijk oordeel over zijn geveld.
Het is niet zozeer de inhoudelijke kritiek van de Raad van State die verbaast, als wel de reikwijdte van zijn besluit: alles van tafel. Dat is te wijten aan de aanpak waarvoor de betrokken overheden hebben gekozen: zoveel mogelijk vastleggen in de planologische kernbeslissing. Maar hoe meer je in zo'n vroeg stadium concreet vastlegt, hoe groter de kans dat je partijen treft die zich ergens tegen te weer gaan stellen. Krijgen ze gelijk, dan ben je je hele plan kwijt.
Verstandiger is het daarom - en dat is ook al genoemd als uitweg in de impasse van nu - om de te repareren onderdelen uit de PKB te lichten om ze in een later stadium door lagere overheden - provincie en gemeenten - te laten afhandelen in bijvoorbeeld bestemmingsplannen. Daar zitten ook procedures aan vast, maar die blokkeren dan niet het hele proces.
Los van de procedurele perikelen blijft de vraag staan of de bezwaren niet voorkomen hadden kunnen worden. Met een wat meer ruimhartige schadeloosstelling hadden boeren en vissers wellicht genoegen genomen. De extra uitgaven waren bij de totale projectkosten in het niet gevallen. Uitkopen kan nog altijd. De schade is ernstiger als het besluit van de Raad van State behalve geld ook tijd kost. Het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) had in april willen beginnen met aanbesteden. Althans, als het boekenonderzoek van het ministerie van Financiën bij het HbR niets oplevert en de weg voor de deelneming van het rijk vrijligt. Havenwethouder Van Sluis van Rotterdam wil volgend jaar zelf nog de eerste schep zand in zee laten plonzen.
De meningen over de eventuele vertraging zijn verdeeld. Zeker is dat het procedurele circus opnieuw kan beginnen. De lengte daarvan zal mede afhangen van de bezwaren die worden ingebracht. In het beste geval lopen de procedures parallel aan de voorbereidingen, inclusief de aanbesteding, die wellicht onder ontbindende voorwaarden kan worden voortgezet. Dan is het wethouder Van Sluis misschien gegund om eind 2006 het startsein voor de aanleg te geven en wordt een potentieel tekort aan haventerreinen aan diepzeewater afgewend. Want om dat dreigende tekort gaat het uiteindelijk.
© Nieuwsblad Transport

