Raad van State had praktischer moeten zijn


15-2-2005, door Jacques Schraven (voorzitter VNO-NCW) en Roelf de Boer (voorzitter Deltalinqs), verschenen in de Haagsche Courant

Vernietiging van de plannen voor de Tweede Maasvlakte door de Raad van State was een donderslag bij heldere hemel. Vooral omdat er een dergelijk breed draagvlak was. De eensgezindheid van bedrijfsleven, overheid en natuurorganisaties was een signaal voor buitenlandse investeerders en bedrijven dat de Rotterdamse haven zich kan blijven ontwikkelen.

De Mainport Rotterdam is speerpunt in het kabinetsbeleid. Begrijpelijk. Acht procent van ons bruto nationaal produkt komt uit de haven, 300.000 mensen verdienen er hun brood. Willen we dat zo houden, dan moeten we tempo maken met de uitbreiding, de containeroverslag loopt vol en de groeivooruitzichten zijn aanzienlijk.

Waarom gooide de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State roet in het eten? Uit de uitspraak blijkt immers dat ook onze hoogste bestuursrechter het project van groot maatschappelijk belang vindt. Er is voldoende onderzoek gedaan, de beschermde natuur wordt ontzien en schade gecompenseerd. Alle reden dus om het minister Peijs niet onnodig moeilijk te maken.

Daar leek het ook even op. In de Tweede Kamer liet Peijs weten dat wezenlijke onderdelen van het kabinetsbesluit overeind zijn gebleven. De bewindvrouw moet de planologische kernbeslissing (PKB) over de Tweede Maasvlakte repareren met onderzoek naar de gevolgen voor het transport van vislarven en slib naar de Waddenzee. Ook moet ze duidelijker vastleggen dat een nieuw zeereservaat moet zijn gerealiseerd, voordat de aanleg van de Tweede Maasvlakte kan beginnen. Peijs bekijkt ook de gevolgen voor individuele bedrijven. Zij kreeg hiervoor in de Kamer brede steun.

Had het - gelet op het ook door de Raad erkende belang - zover hoeven te komen? Het is waar, de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen stelt strenge eisen aan economische belangrijke projecten als deze. Bedrijfsactiviteiten in een dichtbevolkt land als Nederland ondervinden in toenemende mate hinder van deze richtlijnen, die uitsluitend toezien op de bescherming van soorten en hun leefomgeving.

Toch is het merkwaardig dat de PKB in het zicht van de haven schipbreuk leed. De gevolgen voor vislarven en slib zijn zo diepgaand bestudeerd als de wetenschappelijke kennis toelaat en deskundigen noemden het effect gering.

Als dat juist is, is het onbegrijpelijk dat de Raad toch concludeert dat ingrijpende gevolgen voor de Waddenzee niet zijn uitgesloten. Hij is onvoldoende overtuigd dat de onderzoeken een 'passende beoordeling' zijn van alle aspecten die de Wadden bedreigen. De Raad meent dat nader onderzoek meer duidelijkheid kan bieden. Onduidelijk blijft waarop die 'onvoldoende overtuiging' is gebaseerd. Zeker nu de Europese Commissie, hoeder van de Vogel- en Habitatrichtlijn, wel overtuigd was. De Raad laat in het midden wat Peijs nog moet doen om goedkeuring te krijgen. Deze uitspraak lijkt meer op een orakel uit Delphi dan de klare taal die wij in deze tijd mogen verwachten van een rechtsprekend orgaan.

Was het echt nodig om alle beleidsbeslissingen met één pennenstreek te vernietigen? De Raad van State kan onderzoek immers ook aanhouden en Peijs gericht opdracht geven voor verder onderzoek. Hij kan het onderzoek zelfs heropenen als er vragen blijven liggen. Het belang van het project rechtvaardigde dat alleszins. Bij de civiele rechter krijgen partijen een bewijsopdracht als er nog onduidelijkheden zijn. De Raad van State doet dit zelden of nooit.

Gezien de gang van zaken is te overwegen de Raad van State de wettelijke mogelijkheid te geven voor een 'tussenuitspraak'. Dan kan negentig procent van het werk doorgaan, terwijl nog naar een klein onderdeel wordt gekeken. In het kader van de CO2-emissiehandel heeft de wetgever iets dergelijks al gedaan en kregen de ministers van VROM en EZ de gelegenheid gebreken te herstellen. Dit zou na wetswijziging algemene praktijk kunnen worden, met als voordeel dat het besluitvorming niet helemaal over hoeft te worden gedaan. Iedereen weet dan waar hij aan toe is.

Voor de Tweede Maasvlakte is invoering van een 'tussenuitspraak' te laat. Dat geldt ook voor de spoedactie wegverbreding. Verrassingen als deze kan Nederland in een steeds concurrerender economie niet langer hebben. Het vertrouwen in de Nederlandse daadkracht is ernstig geschaad. Om weer een top-economie op te zetten moeten we er weer ouderwets gezamenlijk de schouders onder te zetten. We hopen dat de noodzaak hiervan nu ook de Raad van State heeft bereikt. We vertrouwen erop dat de Kamer de realisatie van de Tweede Maasvlakte in 2011 mogelijk maakt.