In het Rotterdamse havengebied komt een aantal beschermde soorten (kleine) dieren voor, zoals de rugstreeppad en de zandhagedis. Bij de verdere bouw van de haven wordt hier rekening mee gehouden. Ontwikkeling op locaties waar zich beschermde soorten bevinden, is uitsluitend mogelijk na alternatievenonderzoek en wanneer het verlies aan habitat op een andere plek wordt gecompenseerd.

Rugstreeppad
De rugstreeppad komt voor in riviergebieden en duinen, maar ook op heideterreinen en veengebieden. In het Rotterdamse havengebied is de rugstreeppad op diverse locaties - met name op de Maasvlakte - waargenomen. De grootte van de populatie ligt vermoedelijk rond de 100 tot 150 dieren in het gehele gebied. De rugstreeppad is een strikt beschermde soort. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het Havenbedrijf ontheffing verleend van de verbodsbepalingen over de verstoring van de rugstreeppad. Het Havenbedrijf zal voldoende maatregelen nemen om de rugstreeppad te laten voortbestaan in het havengebied.

Maatregelen
Voorafgaand aan de aanlegwerkzaamheden voor Maasvlakte 2 wordt de landbiotoop (het woon- of groeigebied) van de rugstreeppad, onderzocht op aanwezige exemplaren. Hierbij houdt men rekening met ingegraven exemplaren; het wegvangen gebeurt tijdens de actieve perioden van de dag. Gevonden exemplaren worden verplaatst naar de ‘Leidingstrook', de nieuwe behuizing voor de rugstreeppadden in het havengebied. Een amfibiewerend raster om (delen van) het plangebied voorkomt dat rugstreeppadden tijdens de werkzaamheden naar het plangebied overlopen. De exemplaren die tussen de mazen van het net doorglippen, komen terecht in ingegraven vangemmers die dagelijks worden gecontroleerd.

Zandhagedis
De zandhagedis is een in Nederland zeldzame reptielsoort. Ideaal leefgebied is kaal zand en gevarieerde begroeiing. In het Rotterdamse havengebied is de zandhagedis waargenomen op de zeewering ten zuiden van de Slufter. De zandhagedis heeft de Maasvlakte weten te bereiken door zelfstandig de Brielse Gatdam over te steken. Het is niet uitgesloten dat de soort verder de Maasvlakte op zal trekken. Dit zal echter nog enkele jaren kunnen duren, omdat daarvoor grote afstanden moeten worden overbrugd. Bovendien kan de zandhagedis slecht tegen verstoring, waardoor een groot deel van de Maasvlakte afvalt als geschikt leefgebied.