De aannemerscombinatie PUMA, waarin Boskalis en Van Oord samenwerken, gaat Maasvlakte 2 aanleggen. Zij hebben de opdracht meegekregen de aanleg zo innovatief en duurzaam mogelijk te doen.
De baggeraars werken met moderne, schone en energiezuinige schepen. Alle (onder)aannemers zijn verplicht te werken conform de richtlijnen duurzaam bouwen in grond-, weg- en waterbouw.
Harde en zachte zeewering
De totale zeewering rondom Maasvlakte 2 is ongeveer 12 kilometer lang. Aan de noordzijde komt een harde toplaag van basalt, beton of stenen met een lengte van 2,4 kilometer. Een duurzame oplossing is dat de huidige blokkendam van de Maasvlakte deels wordt hergebruikt voor deze nieuwe harde zeewering. Dat bespaart afval en aanvoer van nieuw materiaal.
Aan de westelijke en zuidelijke zijde wordt een 8,4 kilometer lange zachte zeewering aangelegd van duinen met strand. Door voor deze duinen en het strand een iets grovere korrel dan normaal te gebruiken, wordt een steilere vooroever met minder zand aangelegd. Een slimme besparing op aanleg- en onderhoudskosten.
Voor de overgang tussen de harde en zachte zeewering is gekozen voor een keienstrand van 1,4 kilometer. Dit is een zandduin met een bovenlaag van vuistdikke keien. De natuurlijke keienstranden in Frankrijk en Engeland hebben bewezen zeer veilig te zijn.
Hergebruik betonblokken en breuksteen
Ruim 20.000 betonblokken van 2,5 x 2,5 x 2,5 meter die elk circa 40 ton wegen worden verplaatst van de oude blokkendam van de huidige Maasvlakte. Dit is goedkoper en ook minder belastend voor het milieu, aangezien er minder stenen gewonnen en vervoerd hoeven te worden vanuit bijvoorbeeld Zweden en Noorwegen.
Daarnaast is er zo'n vijf miljoen ton steen extra nodig. Daarvan komt drie miljoen ton uit steengroeves in Scandinavië en Frankrijk. De overige twee miljoen ton breuksteen is afkomstig van de oude zeewering en dat is duurzaam hergebruik.
240 miljoen kubieke meter zand
Tot 2013 is er voor de eerste fase van de aanleg van de zeewering en de uitgeefbare terreinen van 1.000 hectare in totaal meer dan 240 miljoen kubieke meter zand nodig. Bij het doorsteken van de Yangtzehaven en bij het op diepte brengen van de nieuwe havens, wordt circa 60 miljoen kubieke meter zand gewonnen. Dat zand wordt hergebruikt op Maasvlakte 2. Het overige deel van het benodigde zand komt van een zandwingebied op de bodem van de Noordzee.
Zand, zand en nog eens zand
240 miljoen kuub zand, dat is veel: meer dan 160 keer voetbalstadion De Kuip stampvol zand. Een kubieke meter is een inhoudsmaat die overeenkomt met een kubus van 1 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog. Afhankelijk van het soort zand weegt een kuub zand ongeveer 1.500 kilo. Voor 1 kuub zand voor de achtertuin, zijn ongeveer 12 kruiwagens nodig. Een grote sleephopperzuiger vervoert 18.000 m3 zand. Voor 240 miljoen kuub zand zijn zo'n 16 miljoen vrachtwagens nodig, die per lading 15 m3 zand vervoeren.
Duurzame zandwinning
Het zandwingebied is bepaald op basis van de voorwaarden van de Planologische Kern Beslissing (PKB). De ontgrondingsvergunnig die hiervoor is afgegeven, waarborgt dit. Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond op welke locaties in zee de zandwinning de minste invloed heeft op het zeeleven. Daarbij is gekozen voor de optie van zandwinning op korte vaarafstand van Maasvlakte 2: de milieubelasting is daarbij het kleinst. De zandwinning vindt plaats buiten de Voordelta, zodat er geen geluidsoverlast aan de kust zal zijn. De effecten van de zandwinning, op het leven op en in de zeebodem en op vissen en slib, staan beschreven in de Milieueffectrapportage Aanleg. Er zijn twee duidelijke effecten aangetoond: aantasting van het bodemleven en slibvorming.
Bodemleven
Op de winplaats verdwijnt met het zand ook het bodemleven. Door rekolonisatie (natuurlijke terugkeer) herstelt dit bodemleven zich weer binnen enkele jaren na de zandwinning. Tijdens de zandwinning worden de negatieve milieueffecten zoveel mogelijk beperkt door diepe zandwinputten te maken tot wel twintig meter onder de zeebodem. Door juist de diepte en dus niet de breedte in te gaan, is het totale oppervlak aan tijdelijk verstoorde zeebodem vele malen kleiner.
Slibvorming
Bij de winning van zand wordt ook water met slib (kleideeltjes) opgehaald. Water en slib stromen vanuit de baggerschepen weer terug in de zee. Die zwevende slibdeeltjes vertroebelen het water, waardoor er minder licht in doordringt. Een mogelijk gevolg hiervan is dat algen minder snel groeien; algen zijn voedsel voor slakjes en schelpen die op hun beurt weer voedsel zijn voor vogels en vissen.
Vertroebeling kan dus leiden tot minder voedsel voor een aantal diersoorten en verstoring van de voedselketen. Zwevend slib is echter ook een natuurlijk fenomeen. Elke storm woelt slib los van de zeebodem en rivieren voeren continu slib aan. Ook vanuit het Nauw van Calais komt jaarlijks tien tot veertig miljoen ton slib de Noordzee in. Op de uitgekozen zandwinlocatie is de concentratie slib in de bodem relatief laag. De verwachting op basis van onderzoeken uit de MER Aanleg is dat het baggeren geringe en slechts tijdelijke gevolgen zal hebben.
Bewaken kwaliteit zeeleven
Voor de aanleg van Maasvlakte 2 is de huidige toestand van het zeeleven in kaart gebracht. In 2006, 2007 en 2008 vonden ongeveer driehonderd nulmetingen plaats op locaties tot 50 kilometer uit de kust tussen Schouwen en IJmuiden. Zo is bepaald waar de vis zit, de hoeveelheid vis en in welke conditie de vissen verkeren. Ook zijn er nulmetingen van juveniele (jonge, niet-geslachtsrijpe) vissen en slib gehouden op honderd andere locaties tot 30 kilometer uit de kust tussen Walcheren en Den Helder.
Zodra de aanleg start, worden herhaalmetingen gehouden die worden afgezet tegen de nulmetingen. Op deze manier kan in de praktijk worden gecontroleerd of de vooraf in de Milieueffectrapportage Aanleg beschreven effecten op het milieu zich wel of niet voordoen. Zo'n uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van zandwinning op het bodemleven, zowel voor als tijdens de baggerwerkzaamheden, is nooit eerder uitgevoerd in de Noordzee.